Na het eerste deel van het vraagesprek van burgemeester Klaas Tigelaar met Voorburgs Dagblad volgt hierbij het tweede gedeelte.
Het gedrag van veel inwoners ten aanzien van de anderhalve meter afstand laat nog te wensen over. Kijk bijvoorbeeld naar de diverse parken en de winkelgebieden. Hoe moet dat nu verder?
“Op sommige plekken was het gelukkig stil, maar op de zaterdag merkte je dat men dacht: ‘Het kan allemaal wel weer, we gaan met z’n allen winkelen en funshoppen’. Ik maak me hier zorgen over. Ook voor de komende tijd. Ik zie dat winkeliers en ondernemers maatregelen nemen om toch de klanten binnen te kunnen laten. Het gaat hier om het gedrag van inwoners. Ga niet met je hele gezin winkelen, maar ga alleen de boodschappen doen. Aan de andere kant snap ik dat gezinnen thuis zitten. Ze hebben geen vertier wat ze normaal hebben. Er is geen verenigingsleven. Ik hoop dat er lucht komt voor de gezinnen als de buitensportclubs weer het één en ander mogen aanbieden. En dat de kinderen na 11 mei weer naar school kunnen. Maar nogmaals: ga niet zomaar een rondje langs de winkels doen”.
Ben u nog bij IKEA geweest…..?
“Ik vind het bizar…(!) Het is ongelooflijk dat daar meteen zoveel drukte is. Zou men die spullen echt meteen nodig hebben? Soms zijn bepaalde situaties niet te bevatten. Ik schrok daar wel van”.
Maar moet er niet harder worden opgetreden? Dat geldt ook voor sommige locaties in Leidschendam- Voorburg en in de supermarkten waar men te dicht op elkaar staat of loopt.
“Onze eerste lijn is aanspreken en waarschuwen. Op het moment dat Handhaving of de politie ziet dat bijvoorbeeld jongeren terugkeren, worden er boetes uitgedeeld. Jongeren die hier lak hebben, worden sowieso genoteerd. In Leidschendam-Voorburg hebben we het op diverse plekken aangekeken. Op het moment dat het echt niet meer kon, hebben we de locaties gesloten. Helaas zijn er nog teveel jongeren die denken: ‘Ons kan niets overkomen’. Je doet het nota bene niet voor jezelf, maar ook voor een ander”.
“In het MKB Leidschendam-Voorburg gaan (harde) klappen vallen. Hoe ervaart u het dat ondernemers aangeven failliet te gaan?
“Bij de ondernemers is er sprake van diversiteit. De ene heeft meer vet om de botten dan de andere. Er zijn grote verschillen. Sommigen kunnen met huurbazen goede afspraken maken, voor andere telt dat weer niet. In Leidschendam-Voorburg stijgt het aantal ondernemers dat bijstand aanvraagt. We zetten alles op alles om dit regelen. Het vergt veel werk. Er worden medewerkers van andere klussen gehaald om te helpen en we hebben extra mensen voor de afhandeling van de vragen ingehuurd. Een aanvraag duurt regulier acht weken. Dit willen we verkorten. We streven naar vier weken. Als een ondernemer direct in de problemen komt, kan hij of zij een voorschot aanvragen”.
Hoe gaan we verder in de anderhalve meter samenleving?
“Voorheen stonden we in een winkel, nu staat men op straat te wachten. De openbare ruimte is hier niet voor ingericht. Dat kan soms lastig zijn. We zullen hier maatregelen voor gaan treffen. Initiatieven om lokaal te kopen steun ik overigens van harte, want je voelt de pijn als je lege terrassen ziet en de gesloten deuren.”
Ook voor de gemeente komt er minder geld binnen?
“We hebben dit nog niet in beeld. We weten wel dat het financiële plaatje er totaal anders uit gaat zien. De kadernota kunnen we niet invullen. We moeten eerst weten waar we staan. Dan hopen we meer duidelijkheid te krijgen. Gelukkig heeft de gemeenteraad 5 miljoen extra beschikbaar gesteld om meteen stappen te zetten. We weten niet hoe hoog de compensatie van het Rijk zal zijn. Er worden veel kosten gemaakt”.
“Het gemeentefonds gaat mee in het investeringsniveau van het Rijk. Investeringen vanwege de crisis tellen niet mee in deze systematiek. Dit betekent dat als het Rijk investeringen uitstelt ook in het gemeentefonds de inkomsten dalen. Je wordt hier extra in getroffenen. Er zijn gesprekken gaande hoe de pijn voor de gemeenten wordt verzacht”.