Moordenaar van Voorburgse Claudia mogelijk eerder vrij

19 August 2026, 16:50 uur
Lokaal
mainImage
ANP

Ruim twintig jaar na een van de meest geruchtmakende moordzaken in Zoetermeer komt een mogelijke vrijlating van Richard H. dichterbij. De man die in 2005 zijn vrouw en twee jonge dochters om het leven bracht, heeft de rechtbank gevraagd zijn tbs-maatregel te beëindigen. Deskundigen zien volgens Omroep West weinig aanleiding om de behandeling nog langer voort te zetten. 

De rechtbank boog zich woensdag over de vraag of de tbs van H. kan worden beëindigd. Tijdens de behandeling van het verzoek kwam naar voren dat deskundigen zijn behandeling als succesvol afgerond beschouwen. Volgens hen is op dit moment geen sprake meer van een stoornis en wordt het risico op herhaling als zeer klein ingeschat.

Daarmee kan een einde komen aan een langdurig straf- en behandeltraject dat begon na de moord op zijn gezin in 2005.

Gezin als vermist opgegeven
De zaak veroorzaakte destijds grote beroering in Zoetermeer en ver daarbuiten. H. bracht zijn vrouw en twee jonge dochters om het leven om ruimte te maken voor een relatie met een Poolse vrouw met wie hij een verhouding had.Claudia van Veen werkte als leerkracht op de Maria Bernadetteschool in Leidschendam. Haar dood en die van haar twee dochters hadden destijds grote impact op de school.

Na de moorden verborg hij de lichamen in de achterbak van zijn auto. Vervolgens bracht hij ze naar Noord-Brabant, waar hij zijn vrouw en kinderen in een bos begroef.

H. probeerde aanvankelijk de indruk te wekken dat zijn gezin was verdwenen. Hij gaf zijn vrouw en dochters als vermist op en nam zelfs deel aan de zoektocht. Tien dagen later werd hij aangehouden. Daarna kwam aan het licht wat er daadwerkelijk met het gezin was gebeurd.

De rechter oordeelde dat H. volledig verantwoordelijk kon worden gehouden voor zijn daden. Hij werd veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.

Eerder verzoek afgewezen
H. probeerde in 2024 al zijn tbs-maatregel te laten beëindigen. De behandeling moest toen nog minimaal twee jaar worden voortgezet. Inmiddels is die periode verstreken en ligt opnieuw de vraag voor of verdere behandeling noodzakelijk is.

Opvallend tijdens de huidige procedure is dat de geraadpleegde deskundigen eensgezind zijn over de situatie van H. Zij stellen dat er geen stoornis meer aanwezig is en achten de kans op nieuwe ernstige strafbare feiten zeer klein.

Helemaal uitgesloten wordt een risico niet. Volgens de deskundigen zou volgens West een mogelijk gevaar kunnen ontstaan wanneer H. opnieuw in een buitenechtelijke relatie terechtkomt.

H. heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij dit risico zelf wil voorkomen. Mocht hij ooit opnieuw een relatie aangaan, dan zegt hij open te willen zijn over zijn verleden. Tegelijkertijd stelde hij dat hij niet van plan is nog een nieuwe relatie te beginnen.

Uitspraak over twee weken.