Het is nog niet duidelijk welke financiële gevolgen de veranderingen rond de lokale publieke omroepen precies krijgen voor de gemeente Leidschendam-Voorburg. Dat blijkt uit de beantwoording van schriftelijke vragen van D66 over de gewijzigde kostenverplichting voor lokale omroepen.
D66-raadslid P.M. den Hollander stelde hierover in september vragen aan het college. Aanleiding zijn de landelijke veranderingen in het lokale omroepbestel. Vanaf 2028 moet een nieuw stelsel met streekomroepen ontstaan, waarbij ook de financiering anders wordt georganiseerd.
Leidschendam-Voorburg maakt in de nieuwe indeling deel uit van de omroepstreek Rijnland. Daaronder vallen ook Wassenaar, Leiden, Voorschoten, Oegstgeest, Zoeterwoude en Leiderdorp. De gemeente had samen met Wassenaar geprobeerd een kleinere afzonderlijke streek te vormen, maar dat verzoek werd eerder afgewezen.
Het college volgt de landelijke ontwikkelingen, maar kan nog geen definitief bedrag noemen dat Leidschendam-Voorburg straks voor de lokale publieke omroep moet betalen. De verdere financiële uitwerking hangt samen met de landelijke besluitvorming over het nieuwe mediastelsel.
Daarmee blijft voor de gemeenteraad voorlopig onzeker wat de stelselwijziging uiteindelijk voor de gemeentelijke begroting betekent. Tegelijkertijd verandert ook de invloed die gemeenten op hun lokale publieke omroep hebben. Door de nieuwe Mediawet wordt de ruimte voor afzonderlijke gemeenten beperkter.
Voor Leidschendam-Voorburg speelt daarnaast de vraag hoe binnen de veel grotere omroepstreek voldoende aandacht voor lokaal nieuws kan worden gegarandeerd. Het college heeft eerder aangegeven in te zetten op een streekomroep die met verschillende kanalen of edities kan werken. Op die manier zou specifiek nieuws uit Leidschendam en Voorburg herkenbaar moeten blijven.