mainImage

Aanleg padelbanen moet extra getoetst

Door de massieve rackets leveren padelbanen voor omwonenden vele malen meer geluidshinder op dan tennis.
15 februari 2022, 09:23 uur
Den Haag & Regio

Doordat padel een nieuwe sport is, zijn er nog geen officiële middelen om te toetsen of er geen hinder voor de omgeving is. Daardoor is het nog moeilijk voor de gemeente om een vergunning te weigeren als omwonenden klagen. De Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) heeft echter geconstateerd dat de banen duidelijk geluidshinder kunnen opleveren. Daarom zijn bewoners zowel landelijk als regionaal in actie gekomen. Ook in Den Haag hebben omwonenden op vier locaties in Den Haag een petitie ondertekend voor landelijk beleid.

Voor Hart voor Den Haag/Groep De Mos een reden om te vragen niet te wachten op een nieuw beleid. De partij vindt dat nu al moet worden getoetst of aan te leggen padelbanen aan de richtlijnen van de NSG voldoen. De motie hiertoe is de gemeenteraadsvergadering van 9 en 10 februari aangenomen met een raadsmeerderheid van 26 tegen 17 stemmen.

‘Toegankelijke sport’

Ook het CDA maakt zich zorgen over de ontwikkeling: ook de natuur kan hinder ondervinden door geluidsoverlast in de avond en lichtvervuiling. Maar de partij beseft dat padel voor veel beoefenaars een leuke, actieve en toegankelijke sport is.
Ze adviseert om eerst een onderzoek naar eventuele gevolgen te houden en daarna pas een vergunning te geven voor de aanleg van de padelbanen. Deze motie van het CDA is door alle partijen in de Haagse raad gesteund.

Padel is een sport die sterk op tennis lijkt. De rackets zijn echter massiever en daardoor geeft een slag een stevige knal.
Een meting heeft laten zien dat een padelbaan vijftien decibel meer produceert dan bij tennis. Een stijging van drie decibel houdt een verdubbeling in van de geluidsintensiteit. Bewoners waarvan de tuin direct grenst aan padelbanen hebben soms van ’s ochtends vroeg tot tegen middernacht last van dit padelgeknal dat dus vele malen hinderlijker is dan het tennisgeplop.


Foto: Yvonne Scholten