De spreidingswet verdeelt bedden maar geen verantwoordelijkheid

10 June 2026, 07:25 uur
Columns
mainImage

In het asieldossier is één vraag inmiddels heilig verklaard:  “Wat heeft u geleverd?” Het COA vraagt het aan gemeenten. De provincie vraagt het aan gemeenten. Het Rijk vraagt het aan gemeenten. En gemeenten vragen het vervolgens aan elkaar voor een regioplan. Iedereen in de keten wordt bevraagd, gewogen en doorgelicht. Behalve één partij. Het Rijk zelf.

Het is een merkwaardige vorm van bestuurlijke yoga. Iedereen buigt, draait en rekt mee, maar de enige speler die rechtop blijft staan, is degene die het hardst roept dat de rest moet bewegen. Terwijl het Dublin akkoord helder is. 
Het land van eerste binnenkomst is verantwoordelijk voor de asielprocedure.

Voor Nederland betekent dat het:
• mensen moet terugnemen als het de eerste registratieplek was,
• mensen mag overdragen als een ander land verantwoordelijk is,
• en opvang moet bieden zolang de procedure loopt.

Dit zijn verplichtingen van de Rijksoverheid. Niet van gemeenten. Niet van provincies. Niet van veiligheidsregio’s. Toch lijkt het Rijk vooral bezig met het doorzetten van druk naar beneden, in plaats van verantwoordelijkheid nemen naar boven. Actie richting Brussel, bondgenoten en het Europese systeem dat al jaren piept en kraakt. En dan de spreidingswet, naar mijn mening geen migratiebeleid. Het is logistiek. Capaciteitsmanagement. Een binnenlandse verdeelsleutel voor een Europees probleem. Laat ik helder zijn, het gaat ook over mensen. Juist over mensen. Over vluchtelingen die recht hebben op duidelijkheid, niet op maandenlange onzekerheid. Over IND‑medewerkers die al jaren op hun tandvlees lopen.
Over COA‑teams die elke week brandjes blussen. Over gemeentelijke ambtenaren die improviseren met locaties, vergunningen en boze buurtbewoners.

En bovenal gaat het, althans dat zou het moeten, over inwoners. Inwoners die zich afvragen of de overheid nog wel ziet wat er lokaal speelt.

Inwoners die de druk voelen op woningen, zorg en leefbaarheid.
Inwoners die onvrede ervaren, maar geen plek krijgen om die uit te spreken zonder meteen in een politiek (rechts) vakje te worden geduwd.

De verbintenis tussen overheid en burger brokkelt af. Niet door de komst van vluchtelingen, maar door het ontbreken van eerlijk bestuur. In elke andere sector werkt het eenvoudig. Degene die beleid maakt, legt verantwoording af.
Maar in het asieldossier is de keten omgedraaid. Gemeenten moeten rapporteren, leveren, opschalen, improviseren. Het Rijk vraagt, toetst, wijst en corrigeert.

Maar wanneer legt het Rijk zelf verantwoording af over:
• de uitvoering van het Dublin akkoord?
• de inzet in Brussel?
• het aanspreken van lidstaten die afspraken niet nakomen?
• het tijdig bouwen van opvang- en doorstroomlocaties?
• het beschermen van draagvlak onder inwoners en lokale bestuurders?

Het blijft opvallend stil. De spreidingswet is een noodverband. Maar zolang het Rijk vooral vraagt wat anderen hebben geleverd, en niet wat het zelf heeft gedaan, blijft het verband lek.

En zolang de menselijke maat ontbreekt voor vluchtelingen, voor professionals in de keten, en voor inwoners blijft het vertrouwen lekken. Misschien is het tijd dat de verantwoordingsketen weer rechtop wordt gezet.
En dat de overheid niet alleen vraagt wie er geleverd heeft, maar eindelijk laat zien wat zij zelf heeft gedaan of beter, gaat doen. Deze column schrijf ik op persoonlijke titel