De GroenLinks-fractie  van Leidschendam- Voorburg heeft met ontstemming gelezen (in onder meer de Volkskrant) over de manier waarop in Den Haag en andere gemeenten eventuele bijstandsfraude wordt opgespoord. Hierbij worden middelen gebruikt waartegen verdachten in strafzaken worden beschermd, maar waartegen de wet bijstandsgerechtigden weinig bescherming biedt.

Dit leidt tot de volgende vragen aan het College.

1. Welke beleidsregels hanteert de gemeente bij het opsporen van
bijstandsfraude en waar kan de burger die inzien?
2. Weet het college of in de gemeente Leidschendam-Voorburg
intensieve observaties, huisdoorzoekingen en buurtonderzoeken
worden toegepast om eventuele bijstandsfraude op te sporen? Zo ja,
om hoeveel zaken per jaar gaat het dan?
3. Weet het college of in de gemeente Leidschendam-Voorburg gebruik
wordt gemaakt van verborgen camera’s, achtervolgingen en/of
aanspreken en bevragen van kinderen, om eventuele bijstandsfraude
op te sporen? Zo ja, om hoeveel zaken per jaar gaat het dan?
4. En indien ja op vraag 2 en/of 3: in hoeveel van deze zaken was de
verdenking terecht en is er daadwerkelijk fraude geconstateerd?
5. Is het college van mening dat de onder 3. genoemde
opsporingsmethoden, met een enorme inbreuk op de privacy, in
verhouding staan tot de ernst en de mate van vóórkomen van de
eventuele vergrijpen? Zo ja, waarom; zo nee, waarom niet?