In de bosjes in de omgeving van de Maanweg, op korte afstand van de Prinses Mariannelaan in Voorburg, brengen dakloze mensen regelmatig de nacht door
Ondernemers in de omgeving zeggen dat de situatie bekend is bij handhavers, maar dat er in de praktijk weinig tegen wordt gedaan. Dat roept de vraag op hoe gemeenten in 2026 omgaan met buitenslapers en waar hulpverlening ophoudt en handhaving begint.
De locatie is opvallend. De Maanweg ligt weliswaar op Haags grondgebied, maar letterlijk tegen Voorburg aan. Via de Prinses Mariannelaan, de Binckhorst en de omgeving van Station Voorburg bewegen dagelijks grote aantallen inwoners, werknemers en ondernemers tussen Den Haag en Leidschendam-Voorburg. Ook Rijswijk ligt op korte afstand. Problemen in dit grensgebied houden daarom niet op bij een gemeentegrens.
Volgens ondernemers zijn in de bosjes mensen te vinden die daar slapen en langere tijd verblijven. Zij hebben de indruk dat handhaving daarvan op de hoogte is en het verblijf feitelijk gedoogt. Of daadwerkelijk sprake is van een bewust gedoogbeleid, is daarmee echter nog niet vastgesteld.
Juist dat onderscheid is belangrijk. Den Haag heeft dit jaar een nieuwe aanpak voor buitenslapers ingevoerd. Daarbij worden zorg, begeleiding en handhaving nadrukkelijk met elkaar gecombineerd. Mensen die buiten slapen moeten waar mogelijk naar opvang en hulpverlening worden geleid. Tegelijkertijd wil de gemeente optreden wanneer sprake is van structurele overlast en moeten tenten, bouwwerken en achtergelaten spullen uit groengebieden kunnen worden verwijderd.
Daarmee is het beeld ingewikkelder dan simpelweg wel of niet handhaven. Een dakloos persoon uit een bosje wegsturen lost dakloosheid immers niet op. Het risico bestaat dat iemand honderd meter verderop opnieuw een slaapplek zoekt. Maar voor bewoners en ondernemers is het evenmin bevredigend wanneer de indruk ontstaat dat slapen en verblijven in openbaar groen zonder meer wordt toegestaan.
De discussie is ook voor Voorburg relevant. Leidschendam-Voorburg heeft zelf vastgesteld dat dak- en thuisloosheid toeneemt en zet in op het voorkomen van huisuitzettingen, opvang en begeleiding. Tegelijkertijd kan de gemeente nauwelijks om de ontwikkelingen aan de andere kant van de gemeentegrens heen. Zeker rond de Maanweg en Prinses Mariannelaan lopen Den Haag en Voorburg vrijwel in elkaar over.
Ook vanuit Rijswijks perspectief is de kwestie actueel. Rijswijk kiest eveneens voor woonoplossingen voor dakloze mensen en werkt daarbij samen met maatschappelijke organisaties en woningcorporaties. Die sociale benadering neemt echter niet weg dat inwoners en ondernemers mogen verwachten dat duidelijk is welke regels in de openbare ruimte gelden.
De kernvraag is daarom niet alleen waarom er mensen in de bosjes slapen. Minstens zo belangrijk is wat er gebeurt nadat handhaving zo'n situatie constateert. Wordt iemand aangesproken? Wordt hulp aangeboden? Is er een opvangplek beschikbaar? Wordt een slaapplaats verwijderd wanneer die langere tijd in gebruik blijft? En wie houdt toezicht wanneer een probleem zich precies op of vlak bij een gemeentegrens voordoet?
Voor ondernemers in het gebied moet vooral duidelijk worden of wat zij waarnemen onderdeel is van bewust beleid of het gevolg is van een tekort aan opvangmogelijkheden en handhavingscapaciteit.
Want als buitenslapen in bosjes vlak bij woningen en bedrijven in de praktijk wordt toegestaan, verdient dat uitleg. En wanneer het nadrukkelijk géén gedoogbeleid is, ligt er eveneens een vraag: waarom kan dan toch de indruk ontstaan dat niemand ingrijpt?
Anno 2026 proberen gemeenten dakloosheid steeds nadrukkelijker als sociaal en woonprobleem te behandelen. Dat is iets anders dan mensen uitsluitend uit de openbare ruimte verwijderen. Maar menswaardige hulp en aandacht voor leefbaarheid hoeven elkaar niet uit te sluiten.
Juist in het grensgebied van Den Haag, Voorburg en Rijswijk is daarom samenwerking nodig. Dakloosheid stopt immers niet bij het bordje met de gemeentenaam. Overlast evenmin.
Door: Bart Bakker