Vorig jaar mei kwamen wij met ons gezin in een enorm moeilijke periode terecht.  Er was bij mijn vrouw Louise  kanker geconstateerd . Mijn god je wereld stort in op zo’n moment.

Keihard is Louise hierna het gevecht aangegaan tegen deze vervelende ziekte  en heeft het gelukkig gewonnen. Wij zijn nu  anderhalf jaar verder maar het blijft natuurlijk altijd een stempel op ons leven drukken. De angst blijft altijd dat deze ziekte terugkeert .Louise had geluk maar dat heeft niet iedereen.

In die periode , mei/ juni  vorig jaar kwamen wij Bert tegen , een rasoptimist.  Bert was ook getroffen door die vreselijke ziekte, had keihard gevochten maar bij hem bleef de ziekte terug komen.  Regelmatig kwam Bert bij ons in de winkel op zaterdagmiddag tegen sluitingstijd een paar maaltijden  halen en flessen sap, want hij moest goed en gezond eten, zei hij altijd. Bert had volgens mij HDHD in het kwadraat , wat was hij altijd druk maar ik had een grenzeloze bewondering voor hem.

Je zag hem zwakker worden.  Enkele maanden geleden gaf hij voor al zijn vrienden , familie , kennissen een feest om het leven te vieren. Enorm druk was het toen. Hij had zelfs gezorgd voor een buffet en drank in overvloed.  De maanden daarna zag je hem wel steeds iets zwakker worden, maar Bert bleef optimistisch en behield zijn pretoogjes.

Enkele weken geleden hoorde ik dat hij was opgenomen in het ziekenhuis. Het ging steeds minder met hem.  Ik zei tegen zijn broer dat ik hem snel zou opzoeken in het ziekenhuis. Dat zou hij zeer waarderen zei zijn broer. Maar je weet hoe dat gaat, je hebt het druk en voor je het weet zijn er weer twee weken voorbij.  Toen vernam ik dat het steeds harder achteruit ging met Bert en dat hij was opgenomen in Hospice het Vliethuys.

Ik voelde mij schuldig , het is mij al een keertje overkomen dat ik te laat was. Twee weken geleden waren wij op zondagmiddag naar het varend corso geweest en toen wij thuis kwamen zei ik tegen Louise. Ik ga eerst naar Bert toe voor het te laat is. Ik belde aan bij het Vliethuys en een vriendelijke mevrouw vroeg voor wie ik kwam. Ik zei voor Bert . Zij antwoordde dat ze even ging vragen aan Bert of hij het aan kon.  De avond daarvoor had hij iedereen afgezegd, zo slecht ging het. ‘Wie mag ik zeggen wie er is’, vroeg ze . Zeg maar de ‘Groenteboer’, antwoordde ik. Even later kwam ze terug en zei dat het okay was maar of ik het kort wilde houden, vijf minuutjes. Bert was erg moe.

De vijf minuten werden er toch nog twintig.  Alhoewel ik Bert slechts oppervlakkig kende hebben we toch nog een gezellig gesprek gehad. En dan komt het moment dat je afscheid neemt in de wetenschap dat het de laatste keer was dat je hem gesproken hebt. Wat zeg je dan op zo’n moment. Nou gewoon zoals je hem altijd sprak. Bert , ik hoop dat jou nog enkele weken gegeven zijn met je dierbaren om je heen en dat het vooral leefbaar voor je blijft. Dat gaan we zeker doen Cock , het gaat je goed en doe de groeten aan Louise.

Na Bert een warme knuffel te hebben gegeven nam ik met een brok in mijn keel afscheid . Zelfs nu had hij nog die pretoogjes, wat een held.

Vanmorgen  kreeg ik het bericht dat Bert de strijd toch had moeten staken precies twee weken na mijn bezoek.

Het leven kan hard zijn , keihard , de een wint het gevecht de ander verliest het. Zo is het leven helaas.

Maar als ik voor iemand respect heb gekregen de laatste 2 jaar dan was het wel voor Bert, wat een kanjer !

Cock van Rijn is ondernemer in het Damcentrum