Op 21 maart waren de Gemeenteraadsverkiezingen. De weken daarvoor zag je alle politieke partijen volop op straat. Iedereen werd aangesproken, er werd druk getwitterd over waar iedereen allemaal was en wat er anders moest. Inwoners waren even het middelpunt op aarde.

’s Avonds laat is de uitslag bekend. De twee grootste partijen blijven de twee grootste partijen. Beiden krijgen overigens meer stemmen dan vorige keer. GL groeit met één zetel , PvdA blijft –tegen de landelijke trend in – knap gelijk en CU ook. Alleen D66 verliest, wat triest is want D66 is al heel lang een stabiele coalitiepartij. Het lijkt erop dat D66 is afgerekend op landelijk beleid rond de Donorwet en het referendum. Helaas hebben lokale fracties van landelijke partijen hiervan vaker last. Dat is ook één van de redenen dat de lokale partijen sterk groeien, misschien kunnen we daar nog wat van elkaar leren. Het draait tenslotte toch om wat voor onze gemeente belangrijk is?

En dan, hoe gaat het daarna verder? Hoe komt het dat we wekenlang nauwelijks iets van diezelfde politieke partijen horen? Terwijl juist nu het beleid voor de komende vier jaar in onze mooie gemeente wordt bepaald. Wat is de inbreng van inwoners en organisaties  in dit nieuwe collegeprogramma?

Eerst de uitslag. De twee grootste partijen winnen,in mijn ogen een terechte uitslag. Waarbij de VVD vooral de niet zo lokaal gebonden inwoners aanspreekt, op thema’s als afvalbeleid en een extra brug over de Vliet. En GBLV het vooral goed doet bij de inwoners op straat, die voor hun dagelijkse klachten een luisterend oor vinden. Twee partijen, even groot, allebei met hun eigen sterke punten, allebei met een goede verkiezingscampagne en uitslag. Hoe nu verder?

Het meest logische zou zijn als ze samen gaan onderhandelen. Maar daarvoor is de afgelopen vier jaar teveel gebeurd. Binnenskamers dan, want het meeste gaat over de hoofden van de inwoners heen. Eerst gaat een informateur kijken welke partijen het beste samen een stabiele coalitie kunnen vormen. Die informateur heeft alle partijen gesproken en komt met een verrassend advies: VVD, CDA, PvdA en CU. Een coalitie over rechts, met slechts een heel beperkte meerderheid in de Raad, nl één zetel. Op zich logisch dat er naar de VVD wordt gekeken, als grootste partij. Maar een coalitie over centrum-Links, met GBLV (ook een winnaar) had een bredere meerderheid opgeleverd van 3 zetels. Met ervaren wethouders en een goed lopend programma. Toch is hiervoor niet gekozen.  Ook dat is politiek.

Hier wringt wel iets. De vier zittende collegeleden hebben vooraf aangegeven met elkaar verder te willen. Nu zijn dat gevaarlijke uitspraken. Want niet de zittende wethouders bepalen dat, maar de kiezer natuurlijk…. Naar mijn mening moet je voorzichtig zijn met dit soort afspraken. En als je het doet, moet je ook weten wat dat betekent.  Kun je dat straks waarmaken?  En hoe wordt er door anderen tegenaan gekeken als je dat niet doet? En tenslotte: wat is de mening en de invloed van de inwoners hierop?

Dan zijn we dus weer terug bij waar ik begon. Tijdens de campagne staan de inwoners voorop. Zodra de verkiezingsuitslag bekend is, verdwijnen inwoners naar de achtergrond. Er wordt op onbekende lokaties vergaderd tussen een paar partijen. De thema’s zijn niet bekend, de inzet van de partijen ook niet. Wel kunnen inwoners en organisaties hun mening meegeven. Maar weten we ook wat met deze inbreng gebeurd? Hoe zwaar weegt dit mee in de afweging van het compromis? Waar gaan de gesprekken dan wel over? Juist. Over wie welke belangrijke punten uit het verkiezingsprogramma opgeeft, ten behoeve  van het compromis. Over wie welke wethouderspost wil en hoe zwaar deze post wordt. Dat zijn de belangrijkste onderwerpen die dan op tafel liggen. De inwoners? Die krijgen straks een prachtig collegeprogramma te zien. Op de website….

Marjan van Giezen is voormalig raadslid en fractievoorzitter van de PvdA. Onlangs werd ze voor haar jarenlange raadslidmaatschap koninklijk onderscheiden. 

Laat een reactie achter