De komst van de Vlietlijn dreigt opnieuw vertraging op te lopen. Het Haagse college wil meer tijd voordat verdere besluiten worden genomen over de hoogwaardige openbaarvervoerverbinding door de Binckhorst. Dat is ook voor Voorburg een belangrijke ontwikkeling, omdat een deel van de geplande verbinding richting Station Voorburg loopt en de plannen al lange tijd tot discussie leiden.
De Vlietlijn moet het openbaar vervoer tussen Den Haag, de Binckhorst, Voorburg en uiteindelijk de regio richting Rijswijk en Delft verbeteren. De noodzaak voor beter openbaar vervoer wordt groter doordat de Binckhorst de komende jaren verandert in een dichtbebouwd woon- en werkgebied met duizenden nieuwe woningen.
Maar juist over de manier waarop die verbinding moet worden aangelegd, bestaat al lange tijd discussie. De Vlietlijn vraagt forse investeringen en heeft gevolgen voor wegen, groen, verkeersstromen en woonwijken langs het toekomstige tracé. Vooral in Voorburg worden de ontwikkelingen daarom kritisch gevolgd.
Dat het Haagse college nu uitstel wil van verdere besluitvorming, geeft tegenstanders en voorstanders van alternatieven opnieuw ruimte om zich te roeren. De vraag is of het om een tijdelijke pas op de plaats gaat of dat er daadwerkelijk opnieuw naar de gekozen oplossing wordt gekeken.
Dat laatste is interessant vanwege een recent initiatief van Buren van de Binckhorst. Deze bewonersgroep heeft de gemeenteraden van Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk gevraagd serieus onderzoek te doen naar een HOV-Binckbus als alternatief voor de Vlietlijn.
Het idee is een hoogwaardige busverbinding door het hart van de Binckhorst, onder meer tussen Den Haag Centraal en Station Voorburg. Volgens de initiatiefnemers kan zo'n verbinding sneller worden gerealiseerd, kost deze minder geld en veroorzaakt de aanleg minder ingrijpende infrastructurele problemen.
Daarmee komt een fundamentele vraag opnieuw op tafel: moet worden vastgehouden aan een kostbare langetermijnoplossing of kan met hoogwaardige bussen sneller hetzelfde doel worden bereikt? Voor Voorburg is die discussie extra relevant. De verkeersdruk in en rond Voorburg-West en de Binckhorst is al jaren onderwerp van debat. Bewoners maken zich zorgen over extra verkeer, de gevolgen voor de leefbaarheid en de ruimte die nieuwe infrastructuur inneemt.
Tegelijkertijd is niets doen nauwelijks een optie. Met de enorme woningbouwopgave in de Binckhorst zullen straks veel meer mensen dagelijks van en naar het gebied reizen. Zonder goed openbaar vervoer dreigt juist meer autoverkeer richting Voorburg en omliggende wijken.
Een busverbinding klinkt eenvoudiger, maar moet daarom wel dezelfde kritische toets doorstaan. Hoeveel reizigers kan een HOV-Binckbus vervoeren? Hoe betrouwbaar blijft de dienst tijdens de spits? Is voldoende vrije businfrastructuur mogelijk en kan de verbinding meegroeien wanneer de Binckhorst verder wordt volgebouwd?
Het aangekondigde uitstel kan daarom ook een kans zijn. In plaats van uitsluitend te kijken naar de vraag hoe de Vlietlijn moet worden aangelegd, kan opnieuw worden onderzocht welke vervoersoplossing uiteindelijk het beste resultaat oplevert voor reizigers én omwonenden.
Voor Leidschendam-Voorburg is daarbij van belang dat besluiten niet alleen vanuit Haags perspectief worden genomen. Wat aan de ene kant van de gemeentegrens een goede verkeersoplossing lijkt, kan enkele honderden meters verderop grote gevolgen hebben voor Voorburgse woonwijken.
Na jaren van onderzoeken, varianten en discussie lijkt de Vlietlijn daarmee opnieuw een nieuwe fase in te gaan. De komende tijd zal moeten blijken of het uitstel alleen gevolgen heeft voor de planning of dat ook de inhoudelijke discussie opnieuw wordt geopend. Als dat laatste gebeurt, zou de HOV-Binckbus zomaar een veel serieuzer alternatief kunnen worden dan enkele weken geleden nog werd gedacht.