Leven met oorlog.
Dat is het thema van 4 en 5 mei dit jaar.
Want een oorlog gaat niet alleen om overleven.
Om winnen of verliezen.
Om helden en slachtoffers.
Want een oorlog is niet opeens voorbij.
Het is geen boek dat uit is.
Geen voltooid verleden tijd.
De effecten van oorlog en strijd kunnen generaties lang doorwerken.
Daarom ben ik blij met de Nederlandse traditie om op 4 mei te herdenken en op 5 mei te vieren.
Al staat het een natuurlijk niet los van het ander.
Want als je de slachtoffers van de tweede Wereldoorlog en alle gewapende conflicten daarna, herdenkt, dan gaat het ook over waarom ze gestorven zijn: voor onze vrijheid.
En als je vrijheid viert, gaat het er ook om dat je beseft dat die vrijheid niet vanzelfsprekend is, maar offers vraagt, heeft gevraagd.
Want de strijd tegen onrecht, voor vrijheid is niet opeens voorbij.
De offers van de jonge soldaten, kinderen bijna nog, die als leden van de 13de Batterij Luchtdoelartillerie, op 10 mei 1940 een belangrijke rol speelden bij de ontzetting van Villa Dorrepaal.
Jonge mensen die nog nooit een schot hadden gelost, maar onder de bezielende leiding van de jonge luitenant George Maduro, iets wat onmogelijk leek, mogelijk maakten: zij lieten de Duitsers die de villa hadden bezet geloven dat ze omsingeld werden door een enorme overmacht, en vertraagden zo de invasie van ons land.
De offers van mensen die onderduikers in huis namen, die verzetsdaden pleegden om de bezetters te ondermijnen, die niet wegkeken maar met kleine en grote daden familie, vrienden en buren steunden om de bezettingsjaren te overleven.
De offers van alle mensen die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid, de ontelbare slachtoffers van vervolging, onderdrukking en geweld.
Omdat ze niet de vrijheid hadden om zichzelf te zijn, hun geloof te belijden, hun leven te leven.
Hun nabestaanden, hun kinderen en kleinkinderen leven vaak nog iedere dag met de wonden die de oorlog heeft geslagen: met de verhalen of met de stilte.
Zij leven met oorlog, want een oorlog is niet opeens voorbij…
Dat geldt niet alleen voor de nabestaanden van de slachtoffers van ‘onze’ oorlog.
Dat geldt zeker ook voor de mensen die nu op de vlucht zijn voor oorlog, onderdrukking en geweld.
Mensen die ook hier bij ons terecht komen om hier in veiligheid en vrijheid te leven.
Ook zij leven met oorlog, want een oorlog is niet opeens voorbij….
Voor de meesten van ons betekent leven met oorlog: leven met de lessen van de oorlog. De afgelopen jaren hebben we maar al te duidelijk geleerd dat vrijheid bevochten moet worden. Dag in, dag uit staan ook uit Nederland vele militairen paraat om te waken over onze vrijheid. Aan de grenzen van de oorlog, of er midden-in. Litouwen, Roemenie, Mali, Irak, over de hele wereld. Zij staan daar voor ons en namens ons – en daar mogen we dankbaar voor zijn.
De belangrijkste les die we kunnen leren is volgens mij: vrijheid is het waard om voor te vechten.
Voor de meesten van ons is vechten niet met wapens, met geweld, maar door onze vrijheid en die van anderen te koesteren en te beschermen.
Door oog en oor te hebben voor elkaar, door ons te verzetten tegen onrecht en onderdrukking, racisme en discriminatie.
Door elkaar of een vreemde te helpen als dat nodig is.
Want de strijd tegen onrecht, voor vrijheid is niet opeens voorbij.
George Maduro gaf ook daarin het goede voorbeeld.
Een celgenoot van Maduro tijdens zijn verblijf in het ‘Oranjehotel’ – de gevangenis in Scheveningen, schreef aan zijn ouders:
“Ik overdrijf niet als ik U zeg dat ik het aan hem, en aan hem alleen, te danken heb, dat ik het heb kunnen uithouden. Nooit heb ik hem down gezien. Altijd weer hielp hij mij, wanneer ik de moed totaal verloren had”.
Laten we aan deze jongeman, die vocht voor onze vrijheid, en stierf omdat hij, als soldaat, als Jood, als verzetsheld, niet vrij kon zijn, een voorbeeld nemen.
Want een oorlog is niet opeens voorbij….
Want de strijd tegen onrecht, voor vrijheid is niet opeens voorbij