Onlangs droeg Willy Blonk de voorzittershamer van Hospice Het Vliethuys, dat onder andere inwoners uit Leidschendam-Voorburg en Rijswijk herbergt, over aan haar opvolger Els de Blécourt. Na ruim 12 jaar neemt Willy afscheid van het bestuur, de coördinatoren, de verpleegkundigen en de bijna 100 vrijwilligers. Ter gelegenheid van deze bijzondere gebeurtenis een kort interview met beide dames.
Willy Blonk: “Vliethuys bestuursleden blijven drie termijnen van vier jaar aan en dus is het nu voor mij tijd om mijn positie over te dragen. In de afgelopen twaalf jaar is heel veel gebeurd en heeft het hospice zich een onmisbare plek in de samenleving verworven. Ik ben er trots op dat ik mede invulling hieraan heb mogen geven, samen met een geweldige groep mensen. En ik heb er alle vertrouwen in dat mijn opvolger dit met evenveel passie, inzet én vakmanschap voortzet.”
Els de Blécourt: “Ik ben sinds 2014 zorgvrijwilliger bij het Vliethuys en daardoor ben ik goed bekend met het reilen en zeilen binnen het hospice. Ook heb ik uit eerste hand mogen zien hoe belangrijk de persoonlijke aandacht en verzorging is die het Vliethuys haar bewoners en hun familie en vrienden biedt. Toen Willy mij medio vorig jaar vroeg of ik bereid was haar op te volgen was ik zeer vereerd. Naast hospice vrijwilliger ben ik bijna 8 jaar bestuurslid geweest van de Voedselbank in Voorburg, die ervaring heeft mij het vertrouwen gegeven dat ik de rol van Willy kan overnemen.”
Over de betekenis van een hospice en die van het Vliethuys in het bijzonder zijn beiden het roerend eens: “Juist in de laatste fase van iemands leven kunnen kleine details heel belangrijk zijn. De liefdevolle verzorging, de prachtige kamers en de open en menselijke organisatie. Naast onze bewoners ervaren ook familie en vrienden van hen dat dagelijks”, zo vertelt Willy. Waarop Els aanvult: “Ik ben dankbaar voor het feit dat ik in eerste instantie als zorgvrijwilliger en nu als voorzitter van het bestuur een bijdrage mag leveren. Ik zal er alles aan doen om het Vliethuys op de huidige koers te houden.”