Nieuwe coalitiepuzzel Leidschendam-Voorburg

9 September 2026, 07:59 uur
Lokaal
mainImage
Philip van Veller, Loek Opdam en Laurens van der Linden luisteren mee het betoog van Astrid van Eekelen, die namens de VVD haar teleurstelling uitsprak over de laatste mislukte formatie, maar als veruit de grootste partij nog altijd beschikbaar is om te besturen.

De politieke kaarten in Leidschendam-Voorburg zijn opnieuw volledig geschud. Nadat eerst de onderhandelingen tussen VVD, D66 en GBLV/Gemeentebelangen mislukten en vervolgens ook het vrijwel afgeronde akkoord tussen VVD, GBLV en PRO strandde, zijn D66 en CDA nu aan zet. Informateurs Fatma Koşer Kaya en Meindert Smallenbroek moeten uiterlijk 14 september duidelijk maken welke combinatie nog voldoende vertrouwen en politieke basis heeft om tot een stabiel college te komen.

De opdracht is bepaald niet eenvoudig. Inmiddels zijn verschillende combinaties geprobeerd en telkens bleek vooral het dossier Vlietland een struikelblok. Tegelijkertijd groeit de druk om eindelijk tot een nieuw gemeentebestuur te komen. Grote onderwerpen als woningbouw, bereikbaarheid, parkeren, duurzaamheid, voorzieningen en gemeentelijke financiën wachten immers niet op het einde van de formatie.

De gemeenteraad telt 36 zetels. Voor een reguliere meerderheidscoalitie zijn daarom minimaal 19 zetels nodig. De VVD is met acht zetels de grootste partij, gevolgd door D66 met zeven zetels. PRO en GBLV hebben ieder vijf zetels en het CDA beschikt over vier zetels. Daarnaast zijn verschillende kleinere fracties vertegenwoordigd.

Juist die verhoudingen maken de nieuwe informatieronde interessant. D66 en CDA hebben samen elf zetels en zullen dus meerdere partijen nodig hebben om een meerderheid te vormen. De vraag is vooral of zij opnieuw proberen een combinatie met de VVD mogelijk te maken of dat serieus wordt gekeken naar een college zonder de grootste partij.

Een combinatie van VVD, D66 en CDA komt uit op negentien zetels en zou daarmee op papier precies over een meerderheid beschikken. Het grote probleem is dat VVD en D66 eerder al met GBLV aan tafel zaten en die onderhandelingen uiteindelijk stukliepen op Vlietland. De vraag is daarom of de twee grootste partijen inmiddels voldoende ruimte zien om alsnog afspraken te maken. Het CDA zou in zo'n combinatie mogelijk een verbindende rol kunnen vervullen.

Ook een combinatie van D66, PRO, CDA en een of meerdere kleinere partijen kan worden onderzocht. D66, PRO en CDA komen gezamenlijk op zestien zetels. Daar zijn dus nog minimaal drie zetels bij nodig. Dat maakt bijvoorbeeld deelname van kleinere progressieve partijen noodzakelijk of vraagt om een bredere constructie.

Een andere mogelijkheid is dat GBLV opnieuw in beeld komt. De lokale partij beschikt over vijf zetels en heeft al aan verschillende formatietafels gezeten. D66, CDA en GBLV beschikken gezamenlijk over zestien zetels en zouden eveneens aanvullende steun nodig hebben.

Daarmee dreigt een situatie waarin een coalitie uit vier of zelfs vijf partijen noodzakelijk wordt. Zo'n brede samenwerking kan politiek een uitweg bieden, maar maakt het tegelijkertijd ingewikkelder om voor de komende jaren een helder en stabiel bestuursprogramma op te stellen.

Opvallend is vooral de positie van de VVD. De liberalen kwamen als grote winnaar uit de gemeenteraadsverkiezingen en bezetten met acht zetels de grootste fractie in de gemeenteraad. Toch is het inmiddels allerminst vanzelfsprekend dat de partij ook daadwerkelijk in het nieuwe college terechtkomt.

Voor de VVD is dat een pijnlijke ontwikkeling. Na de verkiezingswinst lag het initiatief aanvankelijk nadrukkelijk bij de partij, maar na meerdere mislukte formatierondes ligt de regie nu bij D66 en CDA. VVD heeft overigens steun uitgesproken voor deze nieuwe poging en heeft de deur voor verdere gesprekken niet gesloten.

Dat betekent dat een terugkeer van de VVD aan de formatietafel zeker niet uitgesloten is. Sterker nog: puur vanuit de zetelverhoudingen is een combinatie met VVD, D66 en CDA een van de eenvoudigste mogelijkheden om tot een meerderheid te komen. Politiek gezien moeten daarvoor echter wel oude tegenstellingen worden overwonnen.

Ook PRO bevindt zich in een ingewikkelde positie. De partij onderhandelde met VVD en GBLV over een nieuw college en er lag een vergevorderd conceptakkoord. Tijdens de ledenvergadering stemden echter 28 leden tegen deelname aan deze coalitie, tegenover 25 voorstanders en twee blanco stemmen. Daarmee viel de beoogde coalitie alsnog uiteen.

Daarna ontstond bovendien interne onrust binnen PRO. De fractie zegde het vertrouwen op in Sangita Paltansing, waardoor zij inmiddels als zelfstandige fractie in de gemeenteraad verdergaat. PRO heeft daardoor nog vijf zetels.

De gebeurtenissen hebben de vraag opgeroepen hoeveel onderhandelingsruimte PRO in een volgende formatieronde nog heeft. Wanneer opnieuw afspraken worden gemaakt, zullen de onderhandelaars er rekening mee moeten houden dat een akkoord uiteindelijk ook voldoende draagvlak binnen de partij moet krijgen.

En dan is er nog Vlietland. Het plan voor 222 recreatiewoningen in Vlietland-Noord is inmiddels uitgegroeid van een ruimtelijk dossier tot het belangrijkste politieke obstakel bij de vorming van een nieuw gemeentebestuur. Zowel bij de eerste als de tweede formatiepoging speelde het onderwerp een doorslaggevende rol.

Dat maakt de opdracht van de informateurs breder dan alleen het optellen van zetels. Een combinatie kan op papier over een meerderheid beschikken, maar wanneer partijen fundamenteel verschillend blijven denken over Vlietland, bestaat het risico dat een nieuw college al bij de start onder grote spanning komt te staan.

De informateurs moeten daarom vooral onderzoeken waar daadwerkelijk vertrouwen bestaat. Daarbij zullen zij moeten vaststellen welke partijen bereid zijn compromissen te sluiten en welke onderwerpen vooraf zo duidelijk moeten worden vastgelegd dat een nieuwe coalitie niet opnieuw tijdens de onderhandelingen uiteenvalt.

Voor inwoners begint de formatie ondertussen het karakter van een politiek feuilleton te krijgen. Eerst leek een college van VVD, D66 en GBLV in de maak. Daarna kwam VVD met GBLV en PRO dicht bij een akkoord. Ook die combinatie haalde de eindstreep niet. Nu begint feitelijk de derde serieuze poging.

De komende dagen worden daarom bepalend. Uiterlijk 14 september moeten Koşer Kaya en Smallenbroek hun bevindingen presenteren. Dan moet blijken of zij daadwerkelijk een kansrijke combinatie hebben gevonden of dat Leidschendam-Voorburg opnieuw voor een ingewikkelde vervolgronde staat.

Eén vraag zal daarbij boven de markt blijven hangen: komt verkiezingswinnaar VVD alsnog terug in het centrum van de onderhandelingen, of kiest D66 samen met CDA voor een geheel andere politieke route?

Juist het antwoord daarop kan bepalen hoe het gemeentebestuur van Leidschendam-Voorburg er de komende jaren uit gaat zien.