Als alle inwoners van Leidschendam-Voorburg in 2050 elektrisch willen rijden, zijn daarvoor naar schatting bijna 16.000 laadpunten nodig. Dat blijkt uit een berekening op basis van de verwachte elektrificatie van het wagenpark en de Europese klimaatdoelstellingen, die erop gericht zijn de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te dringen.
De overgang naar elektrisch vervoer wordt gezien als een van de belangrijkste maatregelen om de CO₂-uitstoot van het wegverkeer te verminderen. Tegen het midden van deze eeuw zullen benzine- en dieselauto’s grotendeels uit het straatbeeld verdwenen moeten zijn als Europa zijn klimaatdoelen wil halen. Voor gemeenten als Leidschendam-Voorburg betekent dat niet alleen een verandering voor automobilisten, maar ook een enorme uitbreiding van de energie- en laadinfrastructuur.
Grote groei van het aantal laadpunten
Momenteel telt Leidschendam-Voorburg al honderden openbare laadpunten, maar dat aantal zal de komende decennia fors moeten toenemen. Bij een volledig elektrisch wagenpark is volgens de berekeningen behoefte aan ongeveer 16.000 laadpunten. Daarbij gaat het om een combinatie van openbare laadpalen, laadvoorzieningen bij bedrijven en particuliere laadpunten aan huis.
De groei is noodzakelijk omdat steeds meer voertuigen regelmatig moeten worden opgeladen. Hoewel toekomstige accu’s waarschijnlijk grotere actieradiussen krijgen en sneller kunnen laden, blijft een fijnmazig netwerk van laadpunten essentieel om wachttijden en overbelasting te voorkomen.
Energieverbruik vergelijkbaar met drie offshore windmolens
Niet alleen het aantal laadpunten is indrukwekkend. Ook de hoeveelheid elektriciteit die nodig is om al die voertuigen van stroom te voorzien, is aanzienlijk. De jaarlijkse energiebehoefte van de laadinfrastructuur in Leidschendam-Voorburg komt overeen met de opbrengst van ongeveer drie moderne windmolens op zee die een volledig jaar draaien.
Dat onderstreept hoe groot de energietransitie is waar Nederland voor staat. Elektrisch rijden vermindert weliswaar de uitstoot van uitlaatgassen, maar vraagt tegelijkertijd om een forse uitbreiding van duurzame elektriciteitsproductie. Windparken op de Noordzee spelen daarin een sleutelrol.
Uitdaging voor het elektriciteitsnet
Naast voldoende duurzame stroom moet ook het elektriciteitsnet worden voorbereid op de toenemende vraag. Netbeheerders waarschuwen al langer voor netcongestie, waarbij de capaciteit van het stroomnet onvoldoende is om alle nieuwe aansluitingen en laadvoorzieningen direct te bedienen.
Slim laden kan een deel van de oplossing bieden. Daarbij worden elektrische auto's vooral opgeladen op momenten dat er veel duurzame energie beschikbaar is of wanneer de belasting van het net laag is. Ook kunnen auto's in de toekomst mogelijk tijdelijk stroom terugleveren aan het net.
Vooruitkijken naar 2050
De cijfers maken duidelijk dat de overgang naar volledig elektrisch vervoer veel verder gaat dan alleen de aanschaf van elektrische auto's. Het vraagt om investeringen in laadpunten, duurzame energieopwekking en een robuust elektriciteitsnet.
Voor Leidschendam-Voorburg betekent dit dat de komende 25 jaar in het teken zullen staan van een grootschalige aanpassing van de infrastructuur. Als de gemeente en haar inwoners de Europese klimaatdoelen willen ondersteunen, zal de aanleg van duizenden extra laadpunten net zo belangrijk worden als de auto's die er gebruik van maken.
De energietransitie speelt zich daarmee niet alleen af op de Noordzee, waar windmolens duurzame stroom opwekken, maar ook in de straten, parkeergarages en woonwijken van Leidschendam-Voorburg. Daar zal zichtbaar worden hoe de mobiliteit van de toekomst vorm krijgt.