Ons klimaat verandert, we zien steeds vaker hogere temperaturen en ook de kans op hittegolven neemt toe. Als het enkele dagen meer dan 30 graden is, krijgen we vaak last van de hitte. Vooral in een omgeving met veel gebouwen neemt dan de leefbaarheid af voor de mensen die er wonen.
Over deze klimaatkwestie als onderdeel van de omgevingsvisie hebben 116 leerlingen uit de brugklas van het Veurs Lyceum nagedacht. Op maandag 26 februari presenteerden zij hun bevindingen hierover op het gemeentehuis van Leidschendam-Voorburg.
De gemeente heeft de school en de leerlingen gevraagd om mee te denken over de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een document waarin we beschrijven hoe we in de toekomst willen wonen, werken en ontspannen. Denk daarbij aan water, lucht, bodem, natuur, wegen, duurzaamheid, gebouwen, voorzieningen en cultureel erfgoed. De mooie delen van onze gemeente willen we behouden en versterken. Daarbij willen we ons voorbereiden op allerlei opgaven die op ons afkomen. Daar hoort omgaan met klimaatverandering uiteraard ook bij.
Meedenken
De 116 leerlingen die hebben meegedacht, zitten in combinatieklassen van vmbo-, havo- en vwo. Ze hebben allemaal gekozen voor het Technasium en volgen daarmee het vak Onderzoek & Ontwerpen. (O&O). Wethouder omgevingsvisie Phillip van Veller sprak de leerlingen na afloop toe “We zijn ontzettend blij met jullie inbreng. Wat leuk om al jullie verfrissende ideeën te horen en om jullie maquettes te zien. Wij gaan deze goed bekijken en onderzoeken wat we kunnen toepassen. In ieder geval vind ik het fantastisch dat jullie hebben meegedacht over de omgevingsvisie. Want deze gaat over het toekomstbeeld 2050. Dan zijn jullie ongeveer 38 jaar oud. Het gaat dus om jullie toekomstige leefomgeving. Heel erg bedankt! ”
Mogelijke oplossingen
Tussen de vele maquettes zaten echte pareltjes. Zo hadden leerlingen een lantaarnkoeler bedacht. In de paal zit een soort airco die met zonnepanelen wordt aangestuurd. Een heel origineel idee volgens de beoordelaars. Daarnaast waren er uiteenlopende ideeën met veel groen en water. Het wit verven van gebouwen en wegen omdat een lichte kleur minder warmte absorbeert dan donkere kleuren. Het overdekken van buitenruimtes met luifels. Het plaatsen van blokhutten in parken met daarin airco. En ook het ondergronds brengen van infrastructuur en parkeren, zodat er bovengronds vergroend kan worden. Wat opviel is dat de leerlingen veel meer groen willen. Woonstraten en pleinen kunnen volgens hen best voor de helft uit groen bestaan.