De gemeente Leidschendam-Voorburg gaat deze maand ongeveer 600 bomen kappen die niet langer veilig kunnen blijven staan. Het gaat om bomen die dood, ziek of zo sterk verzwakt zijn dat ze een risico kunnen vormen voor hun omgeving.
Aan het besluit is een omvangrijke controle voorafgegaan. Deze zomer zijn meer dan 13.000 bomen onderzocht. Daarbij is gekeken naar de gezondheid en stabiliteit van de bomen en naar mogelijke risico's voor voorbijgangers, verkeer en omliggende bebouwing.
De controles vonden onder meer plaats in Voorburg-West, Voorburg-Noord en Oud-Voorburg. Ook bomen in andere delen van de gemeente zijn onder de loep genomen. Bij ongeveer 600 exemplaren bleek de toestand dusdanig slecht dat kap noodzakelijk wordt geacht.
Het verwijderen van zoveel bomen betekent volgens de gemeente niet dat het groen structureel verdwijnt. Voor iedere boom die wordt gekapt, moet een nieuwe boom worden teruggeplant. Waar mogelijk gebeurt dat op dezelfde locatie. Als daarvoor onvoldoende ruimte is of de plek niet geschikt is, wordt naar een andere locatie gezocht.
Bij het terugplanten wordt ook gekeken welke boomsoort het beste bij een bepaalde omgeving past. Daarbij spelen onder meer beschikbare ruimte, bodemgesteldheid en de gevolgen van klimaatverandering een rol.
Met de jaarlijkse boomcontroles probeert de gemeente gevaarlijke situaties tijdig te signaleren. Vooral dode takken, aantasting door ziekten en schimmels en een slechte conditie van stam of wortels kunnen ervoor zorgen dat een boom of grote takken onverwacht omvallen.
De kapwerkzaamheden vinden gedurende oktober plaats. Omwonenden kunnen daardoor tijdelijk te maken krijgen met werkzaamheden en mogelijke verkeersmaatregelen rond de locaties waar bomen worden verwijderd.