Wat er tijdens de Stompwijkse Paardendagen nu wel of geen sprake van dierenlied? De Partij voor de Dieren had onlangs vragen overgesteld, die door het College als volgt zijn beantwoord.
De gemeente Leidschendam-Voorburg stelt dat bij de organisatie van de Stompwijkse Paardendagen 2026 aandacht is besteed aan het welzijn van de deelnemende paarden. Dat blijkt uit de beantwoording van vragen van de Partij voor de Dieren over de vergunningverlening en de wijze waarop het dierenwelzijn tijdens het evenement is geborgd.
Volgens het college zijn de Stompwijkse Paardendagen vergund als één integraal evenement. De optocht met paarden, het ringsteken, de springwedstrijd, de ponyrennen en de kortebaandraverij maken allemaal deel uit van dezelfde evenementenvergunning. Naast de evenementenvergunning zijn ook ontheffingen verleend op grond van onder meer de Alcoholwet, de Zondagswet en de Wet op de Kansspelen.
Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag heeft de gemeente gebruikgemaakt van het veiligheidsplan van de organisatie. Daarin is een aparte bijlage opgenomen over dierenwelzijn. De aanvraag is beoordeeld aan de hand van de Algemene Plaatselijke Verordening, het Uitvoeringsplan Evenementen 2010 en het Kader Evenementenveiligheid van de Veiligheidsregio Haaglanden.
In het veiligheidsplan zijn diverse maatregelen opgenomen om het welzijn van de paarden te beschermen. Zo moeten de dieren gezond en fit zijn, mogen zieke of kreupele paarden niet deelnemen, zijn drinkwatervoorzieningen aanwezig en is tijdens alle paardenactiviteiten een dierenarts oproepbaar. Ook is zweepgebruik tijdens wedstrijden verboden en kan de organisatie deelnemers uitsluiten wanneer het welzijn van een dier in gevaar komt. Bij hoge temperaturen worden aanvullende maatregelen getroffen en wordt per activiteit beoordeeld of deze veilig kan doorgaan.
Opvallend is dat de gemeente aangeeft dat aan de evenementenvergunning zelf geen afzonderlijke voorschriften over dierenwelzijn zijn verbonden. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het veiligheidsplan, dat integraal onderdeel uitmaakt van de vergunning.
De verantwoordelijkheid voor het toezicht op het dierenwelzijn ligt volgens het college in eerste instantie bij de organisatie, de wedstrijdleiding en de deelnemers. De gemeente ziet toe op de naleving van de vergunningvoorschriften, terwijl het toezicht op de landelijke dierenwelzijnsregelgeving is belegd bij de daarvoor bevoegde toezichthoudende instanties.
Verder bevestigt het college dat de Stichting Harddraverij Nooit Gedacht voor 2026 een eenmalige maatschappelijke subsidie heeft ontvangen. Aan die subsidie zijn echter geen specifieke voorwaarden op het gebied van dierenwelzijn verbonden.