Hoe goed heeft Leidschendam-Voorburg in beeld of geld dat bedoeld is voor zorg ook daadwerkelijk op de juiste plek terechtkomt? Die vraag staat opnieuw op de politieke agenda. Het CDA wil dat de gemeente scherper kijkt naar mogelijke zorgfraude en wil weten of de huidige controles voldoende zijn.
De partij heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan het college. Het CDA wil onder meer weten wie binnen de gemeente mogelijke fraude signaleert, welke rol sociaal rechercheurs daarbij spelen en wat er nodig is om toezicht en controle verder te verbeteren.
Zorgfraude kan verschillende vormen aannemen. Zo kan zorg worden gedeclareerd die helemaal niet of slechts gedeeltelijk is geleverd. Ook kan sprake zijn van misbruik van persoonsgebonden budgetten of van zorgaanbieders die geld ontvangen zonder dat daar voldoende of kwalitatief goede ondersteuning tegenover staat.
Dat maakt controle ingewikkeld. Een inwoner kan op papier bijvoorbeeld tientallen uren begeleiding ontvangen, terwijl in werkelijkheid veel minder ondersteuning wordt geleverd. Zonder meldingen of gerichte controles kan dergelijke fraude langere tijd buiten beeld blijven.
Voor gemeenten staat er veel op het spel. Zij besteden aanzienlijke bedragen aan jeugdzorg en ondersteuning vanuit de Wmo. Geld dat door fraude verkeerd terechtkomt, kan niet worden gebruikt voor inwoners die daadwerkelijk hulp nodig hebben.
Leidschendam-Voorburg beschikt al over mogelijkheden om vermoedens van fraude te onderzoeken. Sociaal rechercheurs kunnen daarbij worden ingezet en signalen kunnen via verschillende instanties bij de gemeente terechtkomen. Ook samenwerking met andere gemeenten en toezichthouders speelt een rol.
Toch wil het CDA meer duidelijkheid over de praktijk. Hoeveel signalen komen er binnen? Wie beoordeelt deze? Wanneer wordt daadwerkelijk onderzoek ingesteld? En beschikt de gemeente over voldoende mensen en middelen om verdachte situaties goed uit te zoeken?
Het onderwerp staat niet voor het eerst op de politieke agenda. Eerder werd vanuit de gemeenteraad al aangedrongen op een samenhangende aanpak van zorgfraude. Daarbij speelde ook de vraag hoe groot het probleem in Leidschendam-Voorburg eigenlijk is.
Juist dat is een lastig punt. Fraude die niet wordt ontdekt, verschijnt vanzelfsprekend ook niet in de gemeentelijke cijfers. Een klein aantal geconstateerde gevallen hoeft daarom niet automatisch te betekenen dat er nauwelijks zorgfraude plaatsvindt.
Daar komt bij dat zorg steeds vaker regionaal wordt ingekocht en uitgevoerd. Daardoor zijn verschillende gemeenten, zorgaanbieders en instanties betrokken bij contracten en controles. Dat kan het lastiger maken om snel te zien wanneer iets niet klopt.
Voor het CDA draait de discussie daarom niet alleen om het opsporen van fraude nadat deze heeft plaatsgevonden. De partij wil ook weten hoe misbruik eerder kan worden herkend en voorkomen. Uiteindelijk gaat het om gemeenschapsgeld dat bestemd is voor inwoners die ondersteuning nodig hebben. De politieke vraag is dan ook scherp: heeft Leidschendam-Voorburg voldoende zicht op iedere euro die aan zorg wordt uitgegeven, of zijn extra controles noodzakelijk om te voorkomen dat zorggeld in verkeerde handen terechtkomt?