Een koopwoning onder de 250.000 euro is in Leidschendam-Voorburg inmiddels een grote uitzondering geworden. Waar tien jaar geleden nog een aanzienlijk deel van de woningen in deze prijsklasse werd verkocht, is het aanbod tegenwoordig vrijwel opgedroogd. Vooral starters ondervinden daarvan de gevolgen.
De huizenprijzen zijn de afgelopen jaren fors gestegen, waardoor de toegang tot de koopwoningmarkt steeds moeilijker is geworden. Voor veel jonge kopers en alleenstaanden ligt een betaalbare woning inmiddels buiten bereik. Om een woning te kunnen financieren is vaak een veel hogere hypotheek nodig dan enkele jaren geleden.
De grootste prijsstijging vond plaats tijdens de coronaperiode. Door de combinatie van een historisch lage hypotheekrente, een beperkte woningvoorraad en een sterk toenemende vraag schoten de huizenprijzen in korte tijd omhoog. Sindsdien is het aantal betaalbare koopwoningen verder afgenomen.
Woningmarktdeskundigen zien dat starters hierdoor steeds vaker zijn aangewezen op de huurmarkt of langer thuis blijven wonen. Ook mensen met een modaal inkomen ervaren dat de mogelijkheden om een eerste woning te kopen sterk zijn afgenomen.
Om de woningmarkt weer toegankelijker te maken, wordt al langere tijd gepleit voor de bouw van meer betaalbare koopwoningen en een groter aanbod voor starters en middeninkomens. Gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars staan daarbij voor de uitdaging om voldoende nieuwe woningen te realiseren.
De verwachting is dat de druk op de woningmarkt in Leidschendam-Voorburg voorlopig hoog blijft. Zolang het woningaanbod achterblijft bij de vraag, zullen betaalbare koopwoningen schaars blijven en blijft de concurrentie onder woningzoekenden groot.
Door: Bart Bakker