De discussie over het Stationsplein in Voorburg krijgt een nieuw politiek vervolg. GBLV heeft schriftelijke vragen gesteld over de ontwikkelingen op het plein. Daarbij speelt onder meer de besteding van gemeentelijk geld voor de tijdelijke verbetering en vergroening van het gebied.
De gemeente heeft acht plantenbakken op het Stationsplein geplaatst. Daarmee is een totaalbedrag van 88.000 euro gemoeid. De bakken zijn bedoeld om het stenige plein groener te maken, hittestress tegen te gaan en de biodiversiteit te vergroten.
De gemeenteraad sprak zich eerder uit voor een veel bredere aanpak van het Stationsplein. Het plein moest volgens een aangenomen motie veranderen in een levendiger, groener en aantrekkelijker gebied waar meer ruimte komt voor verblijf, ontmoeting, terrassen en evenementen.
Voor het verbeteren en aantrekkelijker maken van het Stationsplein stelde de gemeenteraad geld beschikbaar. GBLV wil nu meer duidelijkheid over de keuzes die bij de uitvoering zijn gemaakt en de bedragen die daarmee zijn gemoeid.
De discussie over het plein staat niet los van de plannen voor De Vlietlijn. Het stationsgebied krijgt mogelijk een belangrijke functie als eindpunt van de nieuwe openbaarvervoerverbinding tussen Den Haag en Voorburg. Daardoor kan het gebied de komende jaren ingrijpend veranderen.
De gemeente heeft om die reden eerder onderscheid gemaakt tussen maatregelen die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd en een grotere herinrichting die samenhangt met de toekomstige openbaarvervoerplannen. De locatie van de eindhalte heeft grote gevolgen voor de uiteindelijke inrichting van het Stationsplein en de directe omgeving.
Juist tegen die achtergrond wil GBLV weten hoe zinvol de huidige investeringen zijn. De fractie vraagt aandacht voor de verhouding tussen tijdelijke maatregelen en de plannen die later nog moeten worden uitgevoerd.
Het Stationsplein blijft daarmee onderwerp van politieke discussie. De raad wilde enkele jaren geleden al af van het stenige karakter van het plein. Nu de plannen voor het gehele stationsgebied steeds concreter worden, komt ook de vraag nadrukkelijker op tafel hoeveel de gemeente nog moet investeren in tijdelijke voorzieningen voordat de definitieve herinrichting begint.