Oud-Kamervoorzitter Khadija Arib heeft haar conflict met het presidium van de Tweede Kamer bijgelegd, schrijft de huidige voorzitter Thom van Campen in een brief. Het conflict ging over het onderzoek dat het presidium in 2022 naar Arib liet instellen na twee anonieme brieven over haar gedrag. Na mediation zijn Arib en het presidium tot een oplossing gekomen.
Het hoger beroep dat nog liep, is daarmee van tafel. "Hiermee komt de procedure voor alle betrokken partijen tot een einde", schrijft Van Campen. Dat het presidium en Arib er op deze manier uit zijn gekomen, is volgens hem "in het belang van alle betrokkenen".
Over de inhoud van de mediation kan Van Campen niets zeggen, behalve dat Marjolein Moorman (PRO) in dat proces het presidium vertegenwoordigde.
De uitkomst past volgens Van Campen bij de Tweede Kamer, "met een belangrijke voorbeeldfunctie in de maatschappij, en bij de statuur van mevrouw Arib als oud-voorzitter en Kamerlid". Hij verwacht dat de kwestie nu gaat liggen en dat "de blik op de toekomst kan worden gericht".
Kort nadat het toenmalige presidium had besloten om onderzoek te doen naar de meldingen in de brieven, lekte dat besluit uit in NRC. Een oud-voorlichter van Kamervoorzitter Vera Bergkamp, de opvolger van Arib, werd vorig jaar vrijgesproken van het lekken van vertrouwelijke informatie.
Arib vond het onderzoek onrechtmatig en spande daarover een rechtszaak aan. Haar advocaten stelden dat Kamerleden geen onderzoeken naar andere Kamerleden mogen instellen, terwijl het presidium zei dat onderzoek nodig was vanwege de ernst van de klachten. De rechter oordeelde dat het onderzoek mocht, waarna Arib in hoger beroep ging.
Door: ANP