’s Ochtends, rond half negen. Ouders haasten zich naar hun werk. Jas aan, tas mee, hoofd al bij de eerste vergadering. Ze lopen langs een groep kinderen die buiten speelt. De zon schijnt. Een pedagogisch professional zit op het plein.
Lekker, denken sommigen misschien. Dat zou ik ook wel willen.
Maar willen we dat echt?
Willen we verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van tien jonge kinderen tegelijk? Terwijl er twee huilen, één boos is omdat zijn toren is omgevallen, een ander zijn veters niet loskrijgt en iedereen – terecht – aandacht nodig heeft. Wil je ondertussen ruzies begeleiden, emoties benoemen, grenzen stellen, troosten, stimuleren, observeren en veiligheid bewaken? Met ogen en oren die geen seconde rust krijgen.
Ik zeg vaak: geef mij maar een flinke crisis op het werk. Een kinderfeestje vind ik persoonlijk veel ingewikkelder. En dat bedoel ik bloedserieus.
Wat het misschien nog knapper maakt: pedagogisch professionals laten het vaak lijken alsof het vanzelf gaat. Terwijl het soms best druk kan zijn op de groep. Als ouders hun kind ophalen, komen ze niet in een rommelige of onrustige ruimte. Ook op drukke momenten is er overzicht en structuur. Het voelt warm. Vertrouwd. Kinderen voelen zich veilig en kunnen zich goed ontwikkelen. Dat is geen toeval. Dat is professionaliteit.
Het beeld van kinderopvang als ‘oppassen’ is hardnekkig en achterhaald. Dat stamt uit een tijd waarin opvang vooral bedoeld was om kinderen te bewaren. In de 19e eeuw, in kinderbewaarplaatsen voor arbeidersgezinnen, ging het om veiligheid — niet om ontwikkeling. Via crèches en de eerste pedagogische inzichten groeide het vak langzaam door.
Vanaf de jaren zeventig werd kinderopvang een maatschappelijke voorziening. Opleidingen ontstonden, kwaliteit kreeg aandacht. Met de Wet Kinderopvang werd het een recht, en vandaag de dag is kinderopvang een volwaardige ontwikkelomgeving voor jonge kinderen.
Pedagogisch professionals werken met pedagogische kaders, programma’s en in nauwe samenwerking met onderwijs en zorg. Ze signaleren ontwikkelvragen vroeg, begeleiden kinderen in hun sociale en emotionele groei en leggen een belangrijke basis waar een leven lang op wordt voortgebouwd.
En ondertussen vertrouwen ouders hen elke week opnieuw hun meest dierbare bezit toe.
Misschien is dát wel het grootste compliment: dat het zo vanzelfsprekend voelt. Dat het goed gaat. Dat kinderen zich thuis voelen.
Meer waardering voor deze beroepsgroep is meer dan terecht. En misschien zouden we daar, voordat we ons kind brengen en weer doorrennen, af en toe bewust bij stil mogen staan.
Pedagogisch professionals zijn geen oppassers.
Het zijn vakmensen.
Het zijn stille krachten.
Het zijn — zonder enige overdrijving — helden.
Corina Gielbert is directeur/ bestuurder van Vlietkinderen Kinderopvang