Onafhankelijk toezicht is geen luxe, maar een noodzaak

6 July 2026, 13:03 uur
Columns
mainImage

Maatschappelijke organisaties beheren geld van ons allemaal. Belastinggeld, premies voor de zorg, publieke middelen die bedoeld zijn voor goed onderwijs, goede zorg en andere belangrijke voorzieningen. Juist daarom mag je verwachten dat zorgvuldig wordt gecontroleerd hoe dat geld wordt besteed.

Dat toezicht is in Nederland verdeeld. Inspecties kijken naar de kwaliteit van onderwijs en zorg, accountants controleren of geld rechtmatig is uitgegeven en raden van toezicht bewaken onder meer de strategie, de financiën en het algemeen belang van een organisatie. Een systeem dat in de basis goed werkt, maar één onderdeel verdient wat mij betreft meer aandacht: de onafhankelijkheid van de raad van toezicht.

In veel sectoren, zoals de zorg en het onderwijs, is een raad van toezicht inmiddels verplicht. Dat is een goede ontwikkeling. Opvallend genoeg zijn er echter weinig wettelijke eisen aan de samenstelling van zo’n raad. Organisaties hebben daarin vaak veel vrijheid. En juist daar wringt het.

Zo zie je in het onderwijs nog regelmatig dat ouders zitting hebben in een raad van toezicht. Hun betrokkenheid is waardevol, maar onafhankelijk toezicht vraagt om een zekere afstand. Een ouder met een kind op school heeft onvermijdelijk ook een persoonlijk belang. Dat maakt het lastig om volledig onbevangen toezicht te houden.

Dat betekent niet dat ouders geen stem zouden moeten hebben. Integendeel. Daarvoor bestaan uitstekende vormen van medezeggenschap, ouderraden en klankbordgroepen. Maar toezicht is iets anders dan vertegenwoordiging. Het vraagt om mensen die zonder eigen belang kunnen beoordelen of een organisatie haar maatschappelijke opdracht goed uitvoert.

Ik zou er daarom voor pleiten om landelijk duidelijkere regels te stellen aan de samenstelling van raden van toezicht. Niet om organisaties onnodig te beperken, maar om de kwaliteit en onafhankelijkheid van het toezicht te versterken.

Wie toezicht houdt op publiek geld, moet boven iedere twijfel verheven zijn. Dat is geen kwestie van wantrouwen, maar van goed bestuur. En uiteindelijk is dat in het belang van ons allemaal.

Philip de Vries is rector/voorzitter College van Bestuur van het Alfrink College in Zoetermeer.