De vrijwilliger

28 September 2026, 11:13 uur
Columns
mainImage

Vanochtend kreeg ik een uitnodiging van de Sportraad om aanwezig te zijn bij de thema avond 'veilig sporten". De uitnodiging werd ingeluid met de zin "Sport moet een plek zijn waar iedereen met plezier naartoe gaat. Waar kinderen zich kunnen ontwikkelen en vrijwilligers zich gewaardeerd voelen". U raadt natuurlijk welk bruggetje er werd gemaakt naar de thema avond.

De waardering voor vrijwilligers tegenwoordig is heel ver te zoeken. Scheldpartijen, grensoverschrijdend gedrag, intimidatie zijn schering en inslag. Informatie avonden zijn geen dingen waar ik doorgaans graag naar toe ga, omdat hetgeen verteld wordt al bekend is bij de personen die zo'n avond bezoeken. Maar een goede uitnodiging die al aanzet tot denken, is altijd de moeite waard.

De uitnodiging zette mij aan het peinzen over het woord 'vrijwilliger' zelf. Taalkundig gezien klinkt het bijna als een paradox: iemand die kiest uit vrije wil, maar er in de praktijk vaak als enige voor komt te staan. Vaak doen we alsof de vrijwilliger de klos is — de goedzak die op een onbewaakt moment door een enthousiaste bestuurder werd ingepakt en pas wakker schrok met een fluitje om de nek of een voorleesboek op schoot. Maar dat beeld doet geen recht aan de werkelijkheid. Een vrijwilliger is namelijk niet de lul die geen 'nee' durfde te zeggen toen er een pijnlijke stilte viel op de vergadering. Een vrijwilliger is juist degene met genoeg karakter en visie om de regie te pakken wanneer niemand anders beweegt.

Terwijl onze samenleving op haar grondvesten zou schudden als al deze 'vrijwillige wilskracht' morgen een dagje zou staken. Sportverenigingen kunnen het licht wel uitdoen, zorgcentra draaien op de warme aandacht van bezoekvrijwilligers, buurthuizen vallen stil en evenementen bestaan simpelweg niet meer. We hebben een hele economie gebouwd op de onbetaalde goedheid van de medemens.

Maar nergens is de dynamiek van de vrijwilliger zo fascinerend – en soms zo meedogenloos – als in de wandelgangen van het basisonderwijs. Het onderwijs drijft op een onzichtbare inzet van vaders, moeders, opa's en oma's. De luizenmoeders die gewapend met een vlooienkam en een felle lamp de schedels van dertig puberale kleuters inspecteren. De leesmoeders die met engelengeduld voor de honderdste keer luisteren naar de trage ontrafeling van "Aap, Noot, Mies". En de knutselopa's die na een ochtendje vogelhuisjes timmeren met drie blaren en een doos pleisters naar huis terugkeren.

Het is dankbaar werk, zou je denken. Tot de maatschappelijke druk de schoolpleinen op sijpelt. Want waar de professionele leerkracht al bezwijkt onder administratieve druk en torenhoge verwachtingen, krijgt de schoolvrijwilliger er tegenwoordig gratis de onderstroom van de maatschappij bij. De luizenmoeder die een woedende app van een ouder krijgt omdat haar kind "nooit luizen heeft en dit een schandaal is". De rij-ouder die tijdens een uitstapje naar het museum wordt neergesabeld over het ontbreken van stoelverhogers of het niet-biologische tussendoortje. Vrijwilligerswerk in de klas is soms veranderd van 'gezellig meehelpen' in een mijnenveld van verwachtingen, lange tenen en grensoverschrijdende mondigheid.

Als we willen dat scholen, sportverenigingen, zorgcentra, buurthuizen, wijkverenigingen enz. een plek blijven waar iedereen met plezier naartoe gaat, moeten we beginnen met de grens te trekken bij hoe we omgaan met de mensen die het gratis mogelijk maken. Een veilige werkomgeving geldt namelijk niet alleen voor wie op de loonlijst staat, maar juist ook voor degene die zijn vrije ochtend opoffert om luizen te pluizen.

Laten we die 'vrije wil' van de vrijwilliger weer eens beantwoorden met wat ouderwetse, verplichte hoffelijkheid. Dat kost niets, maar houdt de boel tenminste wél overeind. Hierbij alvast een voorzetje: HARTELIJK DANK VRIJWILLIGER, WAT FIJN DAT JE ER BENT.