De eerste zon breekt door, de krokussen duwen zich eigenwijs naar boven, alsof ze willen zeggen dat sommige dingen niet te stoppen zijn. En terwijl de natuur zonder aarzeling haar plek inneemt, betrap ik ons erop dat wij steeds zachter zijn gaan spreken. Alsof we niet meer zeker weten of onze eigen woorden nog wel welkom zijn.
Eid Mubarak. Het staat op bushokjes, in reclames, op social media. Een feest dat voor een deel van Nederland belangrijk is, krijgt zichtbaar ruimte. En eerlijk, dat mag ook. Een volwassen land kan meerdere tradities dragen zonder dat het er één hoeft in te leveren. Maar terwijl we de ene feestdag luidkeels vieren, spreken we de andere steeds zachter uit.
Sinterklaas wordt omgeven door voorzichtigheid. Kerstmis, ooit het meest vanzelfsprekende feest van het jaar, is verworden tot “fijne feestdagen”. Niet omdat mensen Kerst niet meer willen vieren, maar omdat ze bang zijn dat het woord zelf iemand zou kunnen beledigen. En precies daar begint het te wringen.
Nederland is een land dat groot werd door zelfvertrouwen. Door het vermogen om verschillen te verdragen zonder zichzelf te verliezen. Door een cultuur die niet schreeuwde, maar ook nooit fluisterde.
Maar de laatste jaren lijkt dat zelfvertrouwen te zijn verdampt. We zijn zo bang om te normeren, dat we geen norm meer durven uit te spreken. Zo bang om iemand uit te sluiten, dat we onszelf liever buitenspel zetten. Het gaat niet om moslims versus niet‑moslims. Het gaat om een land dat niet meer weet waar het voor staat. En dan is het ineens lente.
De narcissen en krokussen breken door de grond, zonder te vragen of het mag. Ze verontschuldigen zich niet voor hun kleur, hun geur, hun aanwezigheid. Ze bloeien omdat dat is wat ze doen. Omdat dat is wie ze zijn.
Ze fluisteren niet, ze verschijnen. En daar zit de les die wij lijken te vergeten. Want als je je eigen tradities alleen nog in neutrale verpakking durft te presenteren, maar die van anderen vol overtuiging bevestigt, ontstaat er geen gelijkwaardigheid maar onzekerheid. En onzekerheid is de perfecte voedingsbodem voor polarisatie. De vraag is dus niet waarom we “Eid Mubarak” zien. De vraag is waarom we “Vrolijk Kerstfeest” en “Fijne Sinterklaas” niet meer durven te zien.
We lijken op een volk dat zijn eigen erfgoed in de kelder heeft gezet en de sleutel kwijt is geraakt. We fluisteren onze eigen feestdagen, terwijl we die van anderen luidkeels bevestigen. Niet uit gastvrijheid, maar uit angst. Niet uit kracht, maar uit onzekerheid. En een land dat bang is voor zijn eigen woorden, wordt uiteindelijk bang voor zichzelf. Zelfs in de donkerste winter weet de narcis wat haar taak is: opstaan, doorbreken, bloeien. Nederland hoeft niets te verbieden, niets te verbergen, niets te vrezen. Het hoeft alleen weer te durven staan waar het altijd al stond. Niet fluisterend. Niet verontschuldigend. Maar rechtop zoals de eerste bloem die de lente aankondigt. En misschien is dat precies wat Pasen ons elk jaar opnieuw probeert te vertellen: dat opstanding begint met het uitspreken van wie je bent. Vrolijk Pasen, iedereen.
~Deze column schrijf ik op persoonlijke titel~