Een brandweerwagen die met zwaailicht en sirene door onze straten rijdt, geeft een vertrouwd gevoel. We weten dat er mensen onderweg zijn die hulp gaan bieden wanneer iedere seconde telt. Maar wat als die brandweerwagen wel kan uitrukken, terwijl essentiële reddingsapparatuur ontbreekt omdat er is ingebroken in de kazerne?
Die vraag is helaas niet meer theoretisch. Landelijk is er de afgelopen periode meer dan tachtig keer ingebroken in brandweerkazernes. Daarbij hebben criminelen het vooral voorzien op kostbare apparatuur. Hydraulische scharen, spreiders en ander gereedschap waarmee bijvoorbeeld slachtoffers uit zwaar beschadigde auto's kunnen worden bevrijd, vertegenwoordigen niet alleen een grote financiële waarde. Ze kunnen het verschil maken tussen leven en dood.
In Pijnacker-Nootdorp wil men inmiddels weten hoe hun eigen brandweerkazerne is beveiligd en of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Maar eigenlijk moeten we deze discussie veel breder voeren. Want een inbraak stopt niet bij een gemeentegrens. Wat in Pijnacker-Nootdorp gebeurt, kan morgen net zo goed in Voorburg, Rijswijk of Zoetermeer plaatsvinden.
Onze hulpdiensten functioneren bovendien regionaal. Brandweereenheden ondersteunen elkaar bij grote incidenten en worden ingezet waar ze op dat moment nodig zijn. Als een kazerne door diefstal tijdelijk niet volledig inzetbaar is, kan dat dus gevolgen hebben die veel verder reiken dan alleen de plaats waar is ingebroken.
Daarom vind ik dat we anders naar de beveiliging van brandweerkazernes moeten kijken. Het gaat niet simpelweg om het beschermen van een gebouw of een verzameling dure apparaten. We beschermen daarmee een essentiële voorziening waarop inwoners dag en nacht moeten kunnen vertrouwen.
Dat vraagt om goede fysieke beveiliging, cameratoezicht waar dat nodig is, adequate alarmsystemen en vooral om regelmatig te beoordelen of bestaande maatregelen nog voldoen. Criminelen veranderen hun werkwijze en de beveiliging moet daarin meegaan.
En wat mij betreft moeten we nog een stap verder kijken. Continuïteit geldt niet alleen voor de brandweer. Ook politie, ambulancediensten en andere hulpverleners moeten onder alle omstandigheden hun werk kunnen blijven doen. Materieel, voertuigen, communicatiemiddelen en locaties moeten daarom zodanig beschermd zijn dat criminelen de hulpverlening niet eenvoudig kunnen ontregelen.
Gemeenten, veiligheidsregio's en hulpdiensten hebben daarin ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Juist daarom is samenwerking belangrijk. Als in verschillende gemeenten dezelfde soort incidenten plaatsvinden, moeten ervaringen over beveiliging en preventie worden gedeeld. We hoeven niet allemaal afzonderlijk opnieuw het wiel uit te vinden.
In Pijnacker-Nootdorp staat het inmiddels op de politieke agenda. Niet omdat we eerst willen wachten tot er iets misgaat, maar juist omdat voorkomen beter is dan achteraf constateren dat maatregelen onvoldoende waren. Voor inwoners van Pijnacker-Nootdorp, Voorburg, Rijswijk, Zoetermeer en alle andere plaatsen in onze regio moet één ding vanzelfsprekend blijven: wanneer je 112 belt en dringend hulp nodig hebt, moeten onze hulpverleners onmiddellijk kunnen handelen. Daar mag nooit een gestolen stuk reddingsgereedschap tussen komen te staan.