Als verzekeringsartsen oordelen dat een jongere nooit meer kan werken, geven ze daar vaak geen goede argumentatie voor. Dat schrijft dagblad Trouw.

De artsen van het UWV moeten niet alleen kijken of iemand met zijn ziekte, aandoening of handicap nog kan werken, zij moeten ook beoordelen of diegene ooit nog aan de arbeid kan. Dat is een moeilijke taak, blijkt uit onderzoek van het Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde in samenwerking met het UWV.

Bij bijna de helft van de groep jonge mensen die van het UWV een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor het leven krijgt (een zogenoemde Wajonguitkering), ontbreekt een goede onderbouwing. “Dat is niet alleen opvallend, maar ook onacceptabel”, schrijven de onderzoekers in een artikel in het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde. “Daardoor is er te weinig zicht op de kwaliteit van de medische beoordeling.”