De nederlaag tegen Vlissingen is bij RKAVV hard aangekomen. Het wordt voor de Leidschendammers een seizoen waarin handhaving voorop zal staan.

Negentig minuten lang beter zijn dan je tegenstander, het grootste gedeelte van de wedstrijd in balbezit, meer kansen hebben maar toch met 0-3 verliezen. RKAVV zag het op eigen veld gebeuren tegen Vlissingen. Beide ploegen hadden vooraf zeven punten verzameld. De belangen waren dus erg groot.

RKAVV was vanaf het begin al veel in balbezit. Dat resulteerde al vroeg in een kans voor Remco Overdevest. Robin Steffens was na twintig minuten ook dichtbij een treffer. Een schot van afstand belandde op de lat. Ook Hamza Boukhari wist vanuit een moeilijke hoek alsnog voor dreiging te zorgen. Op slag van rust viel de openingstreffer, maar wel aan de kant waar deze niet verwacht werd. Menancio Weeda kon na een corner van dichtbij de 0-1 binnentikken. Het was de eerste kans van de wedstrijd voor de Zeeuwen. Vlak voor de thee kreeg RKAVV nog een hele grote kans om de stand gelijk te trekken. Van drie meter afstand kopte Robin Steffens richting doel, maar op de doellijn redde doelman Ben Sallam knap.

Ook in de tweede helft was het RKAVV wat voetbalde en Vlissingen wat verdedigde. Onder andere Hamza Boukhari nam het vijandelijke doel onder gevaarlijk onder vuur. Met nog een half uur op de klok kon de tweede kans voor Vlissingen genoteerd worden, maar daarmee ook meteen de 0-2. Na een snelle uitbraak was het Raymond Wolff die de score verdubbelde. Ongeloof alom bij RKAVV wat amper iets weggaf achterin, maar wel al twee tegentreffers moest incasseren. Dat een kwartier voor tijd ook de derde kans van de Zeeuwen werd afgerond onderstreepte eens te meer in welke bekende hoek de Leidschendammers zitten. Abdoe Abendi tekende voor een eindstand van 0-3.

Maurizio Ceccucci treurde na afloop alleen over de uitslag: ‘Ik kan mijn ploeg niets verwijten. We spelen een goede wedstrijd, maar verzuimen opnieuw om te scoren. Chapeau voor Vlissingen dat wel haar kansen afmaakte. Voetbal is soms erg oneerlijk.’

Door Jonas Bloemen