Op zondag 18 november organiseert de Werkgroep Kerk en Buurt een high tea in de Koningkerk te Voorburg, Bruinings Ingenhoeslaan 4 (bus 23 en tram 2). Kunsthistorica Saskia Kuus verzorgt een dia-lezing over 200 jaar badcultuur in Scheveningen. De thee staat klaar om 14.00 uur. De lezing begint om 15 uur. De middag wordt om 16.30 afgesloten met een drankje en een hapje.

Baden zoals het vroeger ging

Saskia Kuus vertelt in haar lezing alles over de badkleding, het kuren en het baden in zee. Zoals het vroeger ging en hoe het er nu aan toegaat. Sinds Jacob Pronk in 1818 het eerste Nederlandse badhuis op Scheveningen opende, is er veel veranderd. De deftige, rijke badgasten die aan het begin van de 19de eeuw maanden op Scheveningen verbleven om te kuren, zijn vervangen door dagjesmensen die patat en ijs eten en de boulevard afstruinen op zoek naar koopjes.

Scheveningen was een mondaine badplaats

In 1885 werd het Kurhaus geopend en werd Scheveningen een echte wereldse badplaats die de concurrentie met andere badplaatsen aan de Noordzeekust aankon. Baden in zee ging toen wel heel anders dan tegenwoordig. Men ging met een dichte koets de zee in. Behalve de badmannen en badvrouwen mocht niemand de badgast zien. In de tweede helft van de 20ste eeuw werden badhemden, badmantels, badmannen, badvrouwen en badkoetsen overbodig.

Baden en zonnebaden

Historische gebeurtenissen zoals de storm van 1894, de Eerste en Tweede Wereldoorlog hadden enorme invloed op de badplaats. Maar wat onveranderd bleef, is de zee. Nog steeds baden en flaneren mensen aan het Scheveningse strand.

Over Saskia Kuus

Saskia Kuus studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 2007 schreef zij het boekje ‘Baden en flaneren aan zee – Badcultuur en strandmode op Scheveningen sinds 1818’. Dit jaar is zij gastconservator bij het Haags Historisch Museum voor de tentoonstelling ‘Groeten uit Scheveningen’. Die tentoonstelling is te zien van 30 juni tot 11 november.