Coby was 18 jaar toen ze ging werken bij een kinderdagverblijf. Inmiddels werkt zij al 40 jaar in de kinderopvang. Eerst bij Stichting Kindercentra Leidschendam en later bij Vlietkinderen.

Een collega, Annet Rombouts, pedagoog en onder andere werkzaam op de Spel & Opvoedpunten van Vlietkinderen, interviewde Coby van Brecht over haar werk, haar belevenissen en passie.

Coby: “Tijdens mijn opleiding, toen nog ‘Kinder- en Jeugdverzorging’, liep ik stage op een kinderdagverblijf en dat vond ik heel leuk. Vooral het werken met de peuters sprak me aan. Na mijn diplomering ben ik in 1977 eerst een jaar gaan werken op een kinderdagverblijf in de Schilderswijk. Ik maakte toen ook kennis met kinderen met een andere culturele achtergrond”.

Annet: “Wat was belangrijk in die tijd?”

Coby:Vooral de verzorging van de kinderen en het schoonhouden van de ruimte, we waren dagelijks met emmers in de weer. De kinderen speelden en we zorgden dat ze op tijd verschoond werden en hun eten kregen, want dat was belangrijk. Het speelgoed was niet veel bijzonders, het meeste kregen we gewoon aangeboden van mensen in de buurt. We keken niet naar het spel van de kinderen en hoe ze zich ontwikkelden, zoals dat nu natuurlijk wel gebeurt. Verder sliepen de kinderen gewoon op matrasjes die overdag opgestapeld lagen. Alle kinderen moesten ook tussen de middag verplicht slapen, ongeacht de leeftijd…”

Annet: “Later ben je in Leidschendam gaan werken, wat ging er veranderen?”

Ja, er werd een kinderdagverblijf geopend in het Mariënpark in Leidschendam (kinderdagverblijf Piggelmee) met twee groepen voor kinderen van 1.5 tot 4 jaar. Baby’s werden toen nog niet opgevangen. De sollicitatie vond gewoon plaats bij een bestuurslid van de stichting  thuis, ik was één van de 100 sollicitanten…..”

,,Tijdens het tweede gesprek werd mij opeens gevraagd hoe ‘mijn maandelijkse periodes’ verliepen(?!), of ik daar veel last van had?! Dat soort vragen werden je toen nog gewoon gesteld… Ik was wel zo slim om meteen te zeggen: Neéé, daar heb ik helemaal geen last van”.

,,Eenmaal aangenomen voor de baan, stonden we met zijn tweeën op de groep, iedereen werkte fulltime. De kinderen die we opvingen waren meestal van ouders die studeerden, van alleenstaande ouders en soms van werkende ouders. We hadden een paar keer per jaar een leidstersvergadering bij iemand thuis. Gezellig met elkaar eten en daarna kletsen. Met de ouders hadden we intensief contact. We gingen eens in het jaar bij iedere ouder op bezoek en heel vaak werd je dan gevraagd om te blijven eten. Dan kreeg je ook alle verhalen te horen en foto’s te zien”.

Coby: ,,Wat mij nog heel erg bij is gebleven, is dat er op een dag ouders bij ons binnenkwamen met het verhaal dat iemand van de plantsoenendienst best wel vervelende opmerkingen maakte naar onze klanten zoals: moet je zo nodig je kind wegbrengen, een kind hoort de hele dag bij zijn moeder te zijn…. Dat is een opvatting die je je nu niet meer voor kunt stellen toch?”