Typisch zo’n quizvraag om een gesprek mee te openen: ‘Weet u met hoeveel vermissingen de politie-eenheid Den Haag, waaronder Leidschendam-Voorburg valt, elke maand wordt geconfronteerd?’ Antwoord: driehonderd. Niet per jaar. Per maand. ,,En in ‘vrijwel alle gevallen’ wordt de vermiste persoon uiteindelijk gevonden”, aldus Judith Loewenthal van de politie-eenheid Den Haag gisteren tijdens een presentatie.

Vermissing. Dat is een van die woorden van 2017. Je hoort het liever niet. Je denkt meteen aan Anne Faber. Aan even een ommetje maken; een luchtje scheppen; een stukje fietsen. En dan nooit meer thuiskomen.

Vermissing. Dat is ook die elektrische schok die je als ouder krijgt op het moment dat je je kind bij de HEMA plotseling uit het oog bent verloren; dat moment van blinde paniek dat dan in alle hevigheid toeslaat. Om je kind vervolgens luttele tellen later bij het speelgoed te zien staan.

De afdeling communicatie van de politie Den Haag had gisteren een ‘journalistenmiddag’ georganiseerd op het hoofdbureau aan de Burgemeester Patijnlaan in de Archipel; we kregen zogezegd een kijkje in de keuken. En Judith Loewenthal – specialist Vermiste Personen in Den Haag; een van de tien specialisten op dit terrein bij de Nederlandse politie – vertelde over die 300 vermissingen per maand in de regio Den Haag.

Van het leeuwendeel van die vermissingen verneemt u nooit iets. Slechts in 5% van de aangegeven gevallen (15 per maand) gaat het om zogeheten ‘urgente vermissingen’. Dat zijn kinderen jonger dan 13 jaar, demente bejaarden, mensen met neiging tot zelfmoord, of in bredere zin mensen die een gevaar voor zichzelf of hun omgeving (kunnen) vormen.

Of die zaken in de openbaarheid komen, is een kwestie van het afwegen van het opsporingsbelang en het privacybelang. “Het checken van mobiele nummers, kijken in persoonlijke computers; we kunnen heel veel doen. Pas als alle opsporingsmogelijkheden zijn opgedroogd, schakelen we het publiek in. Vaak eerst nog met een signalement. Pas op het laatst met foto. We zijn daar uiterst zorgvuldig in,” aldus Judith Loewenthal.

In 95% van de aangegeven gevallen gaat het dus om ‘overige vermissingen’. Dat kunnen mannen zijn die even een pakje sigaretten zijn gaan halen. “Of,” zegt de Haagse specialist, “die plotseling en zonder iets te zeggen met hun nieuwe geliefde naar de Bahama’s zijn vertrokken.”

Op de valreep van 2017 – het jaar dat het woord ‘vermissing’ door de dood van Anne Faber weer die alles verzengende lading kreeg – is dat misschien toch een troost: de ene vermissing is gelukkig de andere niet.

Stockfoto. Bron Dagblad070.

 

Reageer op dit artikel