‘Ik ben geboren en getogen in Haarlem vlakbij de Bavo die al eeuwen een  carillon heeft. Vanaf voor mijn geboorte hoorde ik de klokken. Als kind luisterde ik elke avond naar de klokken. Dat heeft nog altijd een hele emotionele waarde. De klanken roepen een nostalgisch gevoel op. Carillonmuziek hoort bij Nederland, bij mijn jeugd. Het bespelen van het carillon is een eeuwenoude traditie en cultureel erfgoed van de lage landen. We groeien hiermee op, zonder dat we ons daar bewust van zijn. Ik deed ooit een marktonderzoek terwijl een collega in de toren aan het spelen was en interviewde meer dan honderd mensen. Iedereen op eentje na was enthousiast. Opvallend was wel dat alle reacties hetzelfde waren. In eerste instantie keken de mensen verbaasd als ik vroeg naar het carillon of de beiaard. Ze kenden het woord niet maar uitten wel hun onverdeelde enthousiasme over de typische herkenbare liedjes en sfeerbepalende klanken. Op een onbewust niveau kent bijna iedereen het maar weinig mensen realiseren zich dat dit het carillon is.’

Beiaardier Gerda Peters wil met dit gegeven verbinden en zo het verhaal over het carillon doorgeven. ‘Bijvoorbeeld in Almere sluit ik met allerlei volksactiviteiten aan met mijn spel en komen kinderen van alle nationaliteiten mee de toren op. Ik speel dan ook verschillende soorten muziek. Je moet eens weten hoeveel verschillende nationaliteiten de toren bezoeken. Ik heb diverse soorten muziek Syrische, Chinese, Koreaanse muziek en algemenere liedjes. Maar ik ben altijd op zoek naar nieuwe muziek. Dat is wel echt iets van deze tijd. In mijn tienerjaren dacht ik: Dit instrument wil ik ook leren spelen. Toen was de komst van nieuwe burgers niet zo’n thema als vandaag. Het is aan mij als beiaardier om in de wereld te staan en in te spelen op wat actueel is. Ik hoop dat de kinderen na zo’n torenbezoek naar huis gaan, het verhaal doorvertellen aan hun familie en dat het verder reist en veel positiviteit brengt. Op mijn Facebook pagina vind je mooie filmpjes en foto’s van deze bezoeken.’

‘Ik speel door heel Nederland en in het buitenland. Er zijn in Nederland ongeveer zeventig beroepsbeiaardiers, waarvan tien vrouwen, die proberen het ambacht draaiende te houden. Ik maakte eerst drie opleidingen af. Studeerde orgel, kerkmuziek en piano onder het motto: doe iets waar je wat aan hebt. Maar mijn droom om beiaardier te worden bleef. Dat gevoel bleef al die jaren aan me knagen. Ik wist, ik moet het nu doen en begon toen aan mijn vierde opleiding. Nu maak ik een enorme carrière switch na dertig jaar als kerkorganiste. De hele kerk stond op zijn kop toen ik mijn vertrek aankondigde, maar ik moet mijn hart volgen.’

‘In Nederland heet mijn vak beiaardier, in België gebruiken ze ook de vrouwelijke vorm beiaardierster of klokkenist(e). Daar leeft dit vak nog veel meer. Het woord beiaard stamt af van beieren: klokken luiden. De beiaard is ontstaan uit de rol die klokken speelden. In eerste instantie het luiden van de noodklok, bijvoorbeeld als er brand was of oorlog. Als nieuwstijding als er iemand was overleden of geboren. Vanuit de tijdsaanduiding werd het instrument steeds volwaardiger. Om te voorkomen dat je een slag in de tijd mist als je luistert is er een voorslag ontstaan. Dat is eeuwen geleden bedacht. Vanuit die voorslag ontstond een steeds volwaardiger carillon, eerst met 24 klokken, daarna 38 tot zelfs 49 klokken en meer. Het eerste stokkenklavier dateert al vanaf 1500-1510 in Oudenaerde in België, daar zijn de eerste geschriften gevonden.’

‘Ik grijp alle gelegenheden aan om iets over het instrument te vertellen en mensen ermee in aanraking te brengen. Ik vind het belangrijk om dit deel van ons erfgoed te behouden, te koesteren maar ook te combineren met alles wat allemaal nieuw is. In Haarlem heb je een mooie traditie daar spelen elke avond tussen negen en half tien de Damiaatjes, tot grote verrassing en soms ergernis van nieuwe inwoners van de stad. Twee klokjes luiden ten teken dat de stadspoorten gaan sluiten. Spoed je naar huis, anders moet je overnachten in het veld. Dat was geen plezier in de Middeleeuwen.’

‘Klokken hebben altijd iets melancholieks. Dit komt omdat de kleine terts in de klank ervan dominant is. Wanneer je bijvoorbeeld een Oosterse toonladder speelt dan komt dit hierdoor extra mooi tot zijn recht. Tijdens de pop-up Bazar in Voorburg speelde ik vorig jaar voor het eerst de speciaal voor mijn instrument uitgeschreven Syrische liederen op het carillon. Achteraf hoorde ik dat de Syriërs diep geraakt waren toen ze hun eigen liederen in de Voorburgse Herenstraat hoorden weerklinken. Ik heb het filmpje met de Syrische muziek via Facebook gedeeld en kreeg meteen van mijn collega uit Leuven de vraag om die bladmuziek te delen zodat mijn collega deze muziek kon spelen als hij weer Syriërs in de toren op bezoek krijgt. We wisselen muziek uit en hij stuurde mij de Chinese en Koreaanse muziek retour. Zo wil ik ook in de melodieën die elk uur automatisch klinken nieuwe muziek meenemen zodat deze nieuwe melodieën onderdeel gaan uitmaken van het onderbewustzijn in de stad.’

‘Eens in de drie jaar is er een beiaard congres wat zich telkens verplaatst in de wereld, eerdere keren was dit in Gdansk, Barcelona en Detroit en over zes jaar is het in Utrecht. We hebben in Nederland naast diverse amateuropleidingen de enige wereldwijde erkende beiaardschool als beroepsopleiding in Amersfoort.

Technisch lijkt het instrument meer op een orgel, maar muzikaal gezien lijkt het meer op een piano waarbij je dynamiek per toon kan maken. Je speelt vanuit de losse pols. Het overdragen van dit vak is belangrijk. Het lijkt mij leuk in de toekomst les te gaan geven. Je zit alleen met een praktisch probleem, zegt Gerda lachend, dat je om het ambacht te leren wel een studieklavier nodig hebt. Immers als je in de toren speelt luistert meteen de hele stad mee!’ Kijk ook op de video

Door Esseline van de Sande