Auteur André Buurman, die iedere thuiswedstrijd van Forum Sport volgt, heeft de biografie van voormalig multimiljonair Cees Ligthart: ‘De Verschoppeling, miljonair zonder pensioen’ geschreven. Tientallen bezocht hij de man die een graag geziene gast was op Renbaan Duindigt. Hij verdiende zijn geld in de schoonmaakbranche maar schoot door een buitensporige wijze van (luxe) leven door al zijn geld heen.

Stelselmatig als kind mishandeld worden door je stiefvaders en rake klappen oplopen in jeugdinternaten. ‘Overleven’ is dan ook al bijna 80 jaar het sleutelwoord van Cees Ligthart (1941). Niet alleen in zijn jeugd, diezelfde overlevingstactiek paste hij met succes ook in het bedrijfsleven toe. In de schoonmaakbranche en talloze andere ‘takken van sport’ schopte hij het tot miljonair. Met als hoofdingrediënten, kennis van zaken, bluf en humor. Tientallen dravers op Duindigt en dure auto’s. Geld moet rollen, was zijn parool. Anno 2017 is zijn hele vermogen al jaren geleden verdampt en drumt en magnetiseert hij louter als hobby.

Over de auteur
André Buurman (1952) schrijft al sinds de beginjaren zeventig van de vorige eeuw voor diverse dag- en weekbladen en publiceert in golf- en paardensportmagazines. Met ‘1000 Paarden en een Prins’, de biografie van paardensportverslaggever Hans Eysvogel, maakt hij in 2008 zijn debuut als (co)auteur. In het programma De Wereld Draait Door van Matthijs van Nieuwkerk krijgt het boek landelijke bekendheid. ‘De Verschoppeling’ is na negen jaar dus zijn tweede, maar zeker niet zijn laatste boek.

Lees hier alvast een stuk uit het boek van André Buurman
Windt het je seksueel misschien op als je een kind van zes jaar met de poot van een stoel bont en blauw slaat? Het was nog in Breda, stiefvader Van Alphen had me op een, in zijn ogen, ondeugendheid betrapt. Geen idee meer wat ik had geflikt. Voor de man van mijn moeder alle aanleiding om zijn onmacht en frustratie weer eens volledig op mij bot te vieren. De stoel van de eettafel werd in drie klappen tot brandhout geslagen. Met een van de stoelpoten ging hij mij te lijf. Een volwassen kerel, in de kracht van zijn leven, leefde zich volledig uit op een iel en hulpeloos manneke. Hij raakte me waar hij me raken kon. Wat ik me nog herinner was die verbeten en vooral sadistische blik in zijn ogen als hij zijn vuisten liet spreken. Hij sloeg waar hij me raken kon. Beukte zonder ophouden door tot hij er genoeg van had. Die beelden krijg ik nooit meer van mijn netvlies. De stoelpoot, met die verdikte bult in het midden, kraakte in al zijn voegen. Met mijn armen voor mijn hoofd als bescherming smeekte ik om hulp en genade tegelijk. Er was geen mens, die mij hoorde. Pijn voelde ik niet, alleen de angst dood te gaan. Die keer stopte hij met slaan, trok me bij mijn kamizool naar de alkoof en smeet me in bed. Ik mocht me niet uitkleden en kreeg als extra straf nog een dikke, wollen deken over me heen. Buiten was het hoogzomer, 36 graden Celsius, dus in huis amper uit te houden. En dan nog met een dikke, wollen deken over je heen. Pure kindermishandeling. Ik moest daar de komende twaalf uur blijven liggen, in een afgesloten alkoof. Ik hield het vol, 12 uur lang in een stink hok, zonder eten, zonder drinken.

Je kunt het boek hier bestellen