Zorgen CDA over ‘sluipmoordenaar’ bodemdaling 

mainImage
Zorgen CDA over ‘sluipmoordenaar’ bodemdaling 

Het CDA maakt zich zorgen over gevolgen van bodemdaling in Leidschendam-Voorburg. Nieuwe gegevens van Nederlands Centrum voor Geodesie en Geo-Informatica (NCG) tonen aan dat bodemdaling in Zuid-Holland sneller gaat dan verwacht. CDA-raadslid Gijs Dupont: ‘Dit kan tot schade leiden aan woningen, riolering en cultureel erfgoed. Bodemdaling gaat erg langzaam en is daarmee een sluipmoordenaar. Door hier nu aandacht voor te vragen willen we voorkomen dat woningbezitters en de gemeente zelf over 10 of 20 jaar het kind van de rekening zijn.

Toenemende droogte

Door relatief warme zomers droogt de bodem uit. In het geval van bijvoorbeeld veenbodems is dit proces onomkeerbaar. Ongeveer 75 procent van het oppervlak van de provincie Zuid-Holland bestaat uit bodem die gevoelig is voor bodemdaling. De gegevens van het NCG tonen aan dat ook in Leidschendam-Voorburg de bodemdaling een feit is.

 

Voor onze kinderen en kleinkinderen

Het CDA heeft het college schriftelijke vragen gesteld over de versnelde bodemdaling. In deze vragen vraagt de partij naar de maatregelen die het college gaat nemen. Ook wil de partij een beeld krijgen van de verwachte schade voor huizenbezitters en de gemeente. ‘Nu is het moment om bodemdaling serieus te nemen en erger te voorkomen. Doen we dat niet, dan zadelen we onze kinderen en kleinkinderen op met de gevolgen’, stelt Dupont.

Schriftelijke vragen CDA inzake gevolgen bodemdaling


  1. Bent u bekend met het bericht dat de bodem in Nederland sneller zakt dan verwacht en dat dit tot enorme schade voor binnensteden kan leiden? 1 2 3

  2. In hoeverre is rekening gehouden met bodemdaling in de nota Bodembeheer van 2013?

  3. Hoe hoog verwacht het college dat de schade tot 2050 zal zijn ten gevolge van bodemdaling voor woningbezitters in Leidschendam-Voorburg?

  4. Hoe hoog verwacht het college dat de schade zal zijn tot 2050 aan cultureel erfgoed en beschermde stadsgezichten in de oude centra van Leidschendam en Voorburg?

  5. Hoe hoog verwacht het college dat de schade tot 2050 zal zijn aan de riolering en andere ondergrondse infrastructuur?

  6. Indien het college nog geen inzicht heeft in de schade door bodemdaling zoals gevraagd in vraag 3 tot en met 5, is het college dan bereid dit inzicht te verwerven en daarover de raad te informeren? Binnen welke termijn?

  7. Is het college (financieel) voorbereid op mogelijke schade aan riolering, infrastructuur en cultureel erfgoed?

  8. In hoeverre dwingen deze nieuwe inzichten van versnelde bodemdaling het college om de bestaande beleidsvisies op het gebied van onder andere cultureel erfgoed, groenbeheer, riolering en andere infrastructurele werken te herijken?

  9. Welke plek zal bodemdaling innemen bij de op te stellen woningbouw- en duurzaamheidsvisie?

  10. Welke plek neemt het risico op bodemdaling in bij het Kompas voor de leefomgeving?

  11. Welke maatregelen neemt het college momenteel om de gevolgen van bodemdaling te beperken? En welke maatregelen overweegt het college?

  12. Hoe hoog verwacht het college dat de totale kosten tot 2050 zullen zijn voor preventieve maatregelen voor bodemdaling?


Gijs Dupont

Ron van Duffelen

Hanno Paul van Maanen

CDA


Foto: Digitaal Dagblad